Het positief resultaat voor Parnassia Groep komt voort uit de reguliere bedrijfsvoering en bevat geen incidentele mee- of tegenvallers. Op een omzet van 1.424 miljoen euro komt dit neer op een marge van circa 2,2 procent.
Parnassia-topman
“Voor een organisatie van onze omvang is een resultaat van ongeveer 2 procent geen luxe”, zegt bestuurder Sjoerd van Breda in een bericht op het intranet van Parnassia Groep. “Het is de financiële ruimte die nodig is om te investeren, risico’s op te vangen en zorg beschikbaar te houden. Juist voor mensen met complexe psychiatrische problemen is dat belangrijk, want zij moeten nu nog te vaak lang op passende zorg wachten.”
Meer in vaste dienst
Parnassia kende in 2025 een positieve balans qua in- en uitstroom. In 2025 nam het aantal medewerkers in vaste dienst met 500 toe. Voor een groot deel gaat het daarbij om ggz-behandelaren en vov-personeel (verzorgend, opvoedkundig en verplegend personeel).
Minder zzp’ers
De inzet van zzp’ers en andere externe inhuur nam verder af. Binnen het vov-personeel is de inzet van (schijn)zelfstandige zzp’ers met bijna 95 procent afgebouwd. Een deel is opgevangen door de inzet van regionale flexbureaus, uitzendkrachten en inzet van detachering. De inzet van ggz-behandelaren is bijna met 50 procent afgenomen wat betreft (schijn)zelfstandige zzp’ers.
Daarmee zet Parnassia Groep de ingezette koers voort om meer mensen in vaste dienst te nemen. Dat zorgt voor stabielere teams, behoud van kennis en meer continuïteit voor cliënten, stelt Van Breda. “Dat is niet alleen financieel verstandig, maar vooral van belang voor de kwaliteit van zorg. Complexe ggz wordt geleverd door multidisciplinaire teams. Die moeten op elkaar kunnen bouwen en beschikbaar zijn wanneer de situatie van een cliënt daarom vraagt.”
Loonkosten stijgen sneller dan opbrengst
Tegelijkertijd stijgen de loonkosten sneller dan de opbrengsten. Als die ontwikkeling doorzet, neemt de ruimte af om mensen aan te nemen en te investeren. Parnassia Groep zet daarom in op nieuwe behandelmethoden, eenvoudiger processen en technologie die collega’s ondersteunt en ontlast.
Digitale technieken moeten helpen om administratieve druk te verlagen. Denk aan applicaties die automatisch spraak-naar-tekst omzetten en teksten samenvatten. Behandelaren zijn dan minder tijd kwijt aan verslaglegging.
Uitstroom hoogopgeleide professionals
Een specifiek arbeidsmarktprobleem vormt het vertrek van hoogopgeleide ggz-professionals. Voor psychiaters, klinisch psychologen, gz-psycholoog en psychotherapeuten kan het aantrekkelijker zijn om buiten grote instellingen lichtere zorg te verlenen. Die zorg is eveneens waardevol, maar de optelsom van individuele keuzes leidt tot een disbalans, licht een Parnassia-woordvoerder toe. “Schaarse professionele capaciteit verschuift naar lichtere zorg, waarmee de druk op crisiszorg, outreachende zorg en hoogspecialistische ggz toeneemt. Deze teams hebben moeite om voldoende deskundigheid beschikbaar te houden.”
“Het gaat dus niet alleen om hoeveel professionals er zijn, maar ook om waar hun deskundigheid wordt ingezet”, zegt Van Breda. “Het huidige stelsel zorgt er onvoldoende voor dat schaarse capaciteit terechtkomt bij de mensen met de meest complexe zorgvragen. Bovendien worden de beschikbaarheid buiten kantoortijden, de hoge werkdruk en het vele indirecte werk rond cliënten met complexe problemen niet altijd passend gewaardeerd en bekostigd.”
Perverse prikkels
Parnassia Groep wil over deze problematiek samen met VWS, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), zorgverzekeraars en andere zorgaanbieders concrete afspraken maken. De ggz-aanbieder zet in op betere prikkels voor de inzet van professionals, passende financiering van beschikbaarheid en waarborgen voor de toegankelijkheid van complexe ggz. De nieuwe budgetbekostiging voor de High Intensive Care (HIC) ziet Parnassia als een stap in de juiste richting.
Onvoorspelbare complexe ggz
De onvoorspelbaarheid van complexe ggz signaleert Parnassia als tweede structurele vraagstuk. Daardoor is er geen eenduidig zorgprofiel dat vooraf laat zien welke ggz-cliënten zeer intensieve zorg nodig zullen hebben. Ook bestaat er geen stabiele relatie tussen diagnose, behandelduur en kosten. Bij terugkerende psychische problemen kan het zorggebruik bovendien wisselen tussen ambulante begeleiding, crisiszorg en opname.
“Die onzekerheid verdwijnt niet door steeds nauwkeuriger te registreren of te plannen”, zegt Van Breda. “Ggz-organisaties die complexe zorg leveren, moeten teams en voorzieningen beschikbaar houden voordat precies bekend is wanneer en door wie ze nodig zijn. De bekostiging moet daarom niet aansluiten op geleverde behandelminuten, maar vooral op beschikbaarheid, multidisciplinair samenwerken en het risico dat bij deze zorg hoort.”
Risicoverevening werkt niet
De beperkte voorspelbaarheid werkt ook door in de risico’s voor zorgverzekeraars. De kosten van verzekerden met ernstige en complexe psychische problemen kunnen vooraf niet goed worden geraamd. Het risicovereveningssysteem werkt voor complexe ggz-patiënten niet goed. Daarmee geeft het huidige zorgstelsel de verkeerde financiële prikkels voor deze.
Van Breda: “Daar moeten we niet omheen draaien. Wie wil dat complexe ggz toegankelijk blijft, moet de prikkels voor aanbieders én verzekeraars beter in lijn brengen met die maatschappelijke opdracht. Als sector moeten we er met de overheid voor zorgen dat schaarse deskundigheid beter wordt verdeeld en dat complexe zorg duurzaam wordt gefinancierd.”
Lees ook het interview met Anita Wydoodt dat eind 2025 verscheen in Zorgvisie: ‘Parnassia wil van concurrentie in ggz naar netwerkzorg’
