Dat blijkt uit de Nivel Huisartsenpraktijkenenquête 2025. Volgens de onderzoekers is de toename opmerkelijk omdat een jaar eerder nog ongeveer één op de vijf praktijken van AI-ondersteuning gebruik maakte.
Praktijken die geen AI-ondersteunde toepassingen gebruiken, noemen het onpersoonlijke karakter van AI vaak als reden. Praktijken die AI wel willen inzetten, ervaren vooral tijdgebrek en hoge kosten als belemmering.
Online afspraken maken
Bijna de helft van de huisartsenpraktijken gebruikt algemene digitale zorgtoepassingen. Ze doen dit vooral voor het maken van online afspraken: 64 procent van de ondervraagde huisartsenpraktijken zegt dit dagelijks te doen. Digitale triage wordt dagelijks tot wekelijks gebruikt door 34 procent van de praktijken. De dagelijkse inzet van digitale ggz, telemonitoring en videobellen ligt daarentegen veel lager (respectievelijk 18, 10 en 3 procent). Deze percentages zijn vergelijkbaar met het gebruik in 2024. Overigens hadden in 2024 al bijna alle huisartsenpraktijken het e-consult ingevoerd en daar is in de enquête van 2025 niet meer specifiek naar gevraagd.
AI ondersteuning
Het betreft vooral spraakgestuurde rapportage (36 procent) en triage (16 procent). Een derde tot de helft van de huisartsenpraktijken geeft aan deze tools niet in te zetten, maar zou dat wel willen. De helft van de praktijken zou AI ondersteuning willen inzetten bij preventieve zorg, rond de 40 procent wil graag hulp van AI bij triage, spraakgestuurde rapportage of gepersonaliseerde behandelplannen. Aan chatbots of digitale doktersassistenten is minder behoefte.
AI-chatbots
Vaak zeggen huisartsen een AI-chatbot onpersoonlijk of niet patiëntvriendelijk te vinden. Ook geven meerdere praktijken aan dat de AI-ondersteunde digitale zorgtoepassing(en) niet nodig zijn in hun praktijk, onvoldoende betrouwbaar zijn, geen tijdswinst opleveren of de werkdruk doen toenemen.
