Foto: © Studio Romantic / stock.adobe.com
Een betaaltitel om samenwerking en passende zorg te stimuleren tussen ziekenhuizen, revalidatiecentra, ggz en andere zorgaanbieders in de curatieve zorg was een langgekoesterde wens van de Zorgautoriteit en Zorginstituut Nederland. De noodzaak voor een sectoroverstijgende prestatie was hoog, zo stelden beide organisaties in 2024 in een advies.
Passende zorg
Zorgaanbieders en zorgverzekeraars die inzetten op samenwerking en passende zorg, zoals in het Integraal Zorgakkoord (IZA) is afgesproken, lopen in de praktijk vaak nog tegen allerlei obstakels op. Veel van die belemmeringen zijn financieel, zo viel destijds te lezen in het Advies Sectoroverstijgende prestatie. Zoals conflicteren financiële prikkels in de bekostiging van zorgaanbieders en de risicoverevening van zorgverzekeraars. Initiatieven blijven daardoor steken in de experimenteerfase en allerlei constructies van tijdelijke bekostiging. Structurele passende bekostiging op de lange termijn ontbreekt nog.
De NZa en het Zorginstituut dachten dat door invoering van een sectoroverstijgende prestatie samenwerken makkelijker gaat. Ook de opschaling van goede initiatieven zou daardoor makkelijker worden.
Later zou deze prestatie mogelijk ook ‘domeinoverstijgende’ samenwerking met zorgaanbieders binnen de Wet langdurige zorg (Wlz) stimuleren. En nog later misschien ook voor aanbieders in de Wet maatschappelijke opvang (Wmo), aldus de NZa en ZiN. Daarvoor moesten nog wel wat juridische obstakels uit de weg worden geruimd.
Optimistisch
In het voorjaar van 2024 was de stemming nog optimistisch. De (toen demissionaire) ministers Conny Helder en Pia Dijkstra vroegen de NZa om de betaaltitel op 1 mei 2024 gereed te hebben. Vanaf dan zouden zorgverzekeraars en zorgaanbieders de prestatie kunnen gebruiken in de zorgcontractering voor 2025. Skipr maakte toen al de kanttekening: de zorgverzekeraars moesten het er wel mee eens zijn.
Geen draagvlak
Nu lijkt het erop dat de sectoroverstijgende prestatie voor de Zvw de zorgverzekeraars niet heeft kunne bekoren. Hij staat in het jaarverslag van de NZa onder ‘afwijkingen van het werkprogramma’.
“Onze intentie was om naar analogie van de facultatieve prestatie, die wij in sectoren met vrije tarieven kennen, ook een sector-overstijgende prestatie te creëren”, schrijft de NZa. “Hiermee kan een nieuwe bekostigingsvorm over sectoren heen worden gecreëerd als een aanbieder en verzekeraar hiervoor een voorstel doen. Wegens gebrek aan draagvlak bij verzekeraars voor een dergelijk generiek instrument is die voornemen niet verder gekomen. Er is namelijk nadere uitwerking en keuzes nodig over onder andere eigen risico en budgettaire kaders, voordat een dergelijk instrument kan worden geïntroduceerd. Vooralsnog gaan wij daarom casusgericht aan de slag en bekijken dan welke bekostigingsvorm passend is.”

