Bij de commerciële dienstverleners ZorgMies, Saar aan Huis, Dovida, Hups en Zorgmaatje aan Huis melden zich zoveel Saars, caregivers, zorgmaatjes en Miesen dat sommigen een personeelsstop hebben ingesteld, schreef Zorgvisie. Dit terwijl verpleeghuizen staan te springen om personeel.
Ze verlenen ondersteunende diensten, zoals het samen drinken van een kopje thee of het bekijken van een fotoalbum. Dat zijn taken die ook gedaan kunnen worden door zorgassistenten of gastvrouwen/heren of huiskamermedewerkers in het verpleeghuis, allemaal functies waarvoor geen zorgdiploma nodig is.
Het bestaan van deze bureaus kan de reden zijn dat de verpleeghuizen deze mensen niet kunnen vinden, merkt hoogleraar sociologie van de zorg, Iris Wallenburg, op. “Mensen die in de zorg willen werken, krijgen een keuze waar ze willen werken. Het zorgsysteem werkt zo personeelstekorten bij verpleeghuizen in de hand.”
Volgens Wallenburg kan de inzet van commerciële aanbieders leiden tot een uitholling van het publieke systeem. “Het publieke systeem krijgt het niet meer voor elkaar en er ontstaat een gat. Commerciële aanbieders springen in dat gat. Het is een oplossing voor de korte termijn. Op de lange termijn wordt het publieke systeem afhankelijk van commercie en is er minder zicht op de continuïteit en daarmee op de kwaliteit van zorg.”
De inzet van commerciële dienstverleners heeft niet alleen invloed op het personeelstekort van verpleeghuizen, maar maakt de publiek gefinancierde zorg ook nog eens duurder, denkt Wallenburg. Sommige van deze betaalde mantelzorgeraanbieders, zoals Dovida, worden bovendien gefinancierd met private equity. Het risico van commerciële partijen die zijn gefinancierd met private equity is dat ze meer gericht zijn op hun eigen financiële belang, waarbij ze proberen om rendement te maximaliseren, dan op de maatschappelijke belangen van zorg.
Wat vindt jij? Is de groei van mantelzorgbureaus een toevoeging aan het zorglandschap? Of juist een ondermijning? Ga naar Zorgvisie.nl en reageer op de poll van deze week
