Tegelijkertijd hebben de keuzes die we maken rondom voeding grote impact op mens en milieu. Juist daarom kunnen we gezondheid en duurzaamheid niet langer los van elkaar zien. Toch krijgt voeding in veel organisaties nog niet de strategische plek die het verdient, terwijl juist daar grote kansen liggen voor toekomstbestendige zorg.
Zorgen met eten
Ruim acht jaar geleden maakte ik de overstap van de horeca naar de zorgcatering. Wat mij toen direct opviel: het verschil tussen eten verstrekken en écht zorgen met eten. In de zorg komt er een extra dimensie bij: een maaltijd gaat niet alleen over smaak of eiwitten, maar ook over aandacht, beleving, structuur, eigen regie en soms zelfs waardigheid.
Ik heb van dichtbij gezien wat er gebeurt als voeding echt goed aansluit bij wat iemand nodig heeft. Mensen krijgen weer trek, kijken uit naar een maaltijd of vinden langzaam hun energie terug. Juist die momenten laten zien dat goede voeding geen bijzaak is, maar een essentieel onderdeel van goede zorg.
Gezondheidstransitie vraagt om scherpere keuzes
De druk op de zorg neemt snel toe. De combinatie van vergrijzing, personeelstekorten en leefstijl-gerelateerde aandoeningen maakt dat ons huidige systeem onder spanning staat. Als we de zorg toegankelijk willen houden, moeten we andere keuzes durven maken.
Voeding kan daarin het verschil maken. Aan de voorkant kan gezonde voeding helpen voorkomen dat mensen überhaupt in de zorg terechtkomen. In herstel en revalidatie kan een doordachte voedingsaanpak complicaties verminderen en herstel ondersteunen. En binnen zorgorganisaties zelf draagt een gezonde voedselomgeving bij aan vitale medewerkers.
Gezonde voeding is steeds vaker ook duurzame voeding. Door bewuster te kiezen voor meer plantaardige en minder belastende voeding, dragen zorgorganisaties niet alleen bij aan de gezondheid van mensen, maar ook aan een gezondere en duurzamere toekomst.
Samenwerking in de keten is de sleutel
Voeding in de zorg raakt veel disciplines: van artsen en verpleegkundigen tot facilitair, bestuurders, leveranciers en cateraars. Iedereen speelt daarin een belangrijke rol. Toch werken we in de praktijk nog te vaak naast elkaar in plaats van met elkaar.
Juist daarom geloof ik dat we voeding veel meer integraal moeten benaderen. De beste resultaten ontstaan wanneer zorgorganisaties, kennispartners en leveranciers samenwerken vanuit één gezamenlijk doel: betere gezondheid en meer kwaliteit van leven voor patiënten en bewoners. Dat vraagt om structureel kennis delen, gezamenlijk leren en keuzes durven maken voor de lange termijn.
Een mooi voorbeeld vind ik het meerjarige PEARLS-onderzoek, waarin onderzoekers, artsen, leveranciers en cateraars samenwerken rondom de rol van plantaardige voeding bij herstel in het ziekenhuis. Niet alleen vanuit wetenschap, maar juist ook vanuit de praktijk. Voor mij laat dit zien hoe krachtig het is als onderzoek, beleid en dagelijkse zorg elkaar versterken.
De toekomst vraagt om waardevolle zorg
Als ik één wens zou mogen uitspreken, dan is het deze: dat voeding in de zorg een net zo vanzelfsprekend onderdeel wordt van behandeling als medicatie of therapie. Want voeding raakt direct aan gezondheid, herstel, welzijn én preventie. Daarmee is het één van de krachtigste, en misschien wel meest onderschatte, interventies binnen de zorg.
Mijn oproep aan zorgbestuurders is daarom helder: kijk verder dan de korte termijn. Maak eten en drinken onderdeel van de strategische koers van de organisatie. Stel duidelijke ambities en zorg dat deze gedragen worden in de hele organisatie. Wie vandaag investeert in gezonde en duurzame voeding, investeert in de gezondheid van mensen én de houdbaarheid van de zorg. De vraag is wat mij betreft dan ook niet óf voeding een strategisch zorgthema moet zijn, maar waarom we daar nog steeds over discussiëren.
Ruud Homan
Divisiedirecteur Zorg bij Albron
