BLOG

De noodzaak van het spel

De noodzaak van het spel

De geest van Johan Huizinga waart door deze editie van Skipr magazine. De historicus beschrijft in zijn Homo ludens (1938) de mens als eerst en vooral een spelend wezen. Huizinga acht spel niet alleen belangrijk in cultuur en samenleving, hij beschouwt het zelfs als een noodzakelijke voorwaarde voor het voortbrengen van cultuur.

Het spel spelen volgens de geldende regels van de (nieuwe) omgeving. Als procureur-generaal slaagde Winnie Sorgdrager daarin uitstekend. Zij was louter van de inhoud. Een achilleshiel, zo bleek in haar volgende baan als minister van Justitie. Inhoudelijke argumentatie schoot tekort, de minister weigerde politieke spelletjes te spelen en sneuvelde. (Profiel pagina 34).

Spelvariant

Roger van Boxtel was als brugklasser object van de verwerpelijke spelvariant puerilisme.  Onder pressie van kinderachtige kwajongens leverde hij na verhuizing naar Amstelveen zijn zachte Tilburgse ´g´ wijselijk in voor een rauwer westelijk exemplaar. Een kwestie van overleven. (Interview pagina 20). De zorgverzekeraar en senator gebruikt de metafoor van de sur place uit de wielrennerij als waarschuwing voor zorg en samenleving: stilstaan vergt grote vaardigheid, maar wie te lang stilstaat valt om.

Ernie en het evidencebeest

Serieus wetenschapper Jaap Koot mengt zich met het essay Ernie en het evidencebeest (pagina 38) in het debat over evidence based medicine. In een hilarische anekdote met Ernie en Bert in de hoofdrol scoort Koot zijn punt: bewijs leveren voor de werking van preventie is godsonmogelijk. Speels!

Serious gaming

Alles wat wij mensen samen doen is spel, stelt Huizinga. Met ernstig spel kunt u op ontspannende wijze leren. En bijvoorbeeld oefenen op medische ingrepen en de besturing van een zorgorganisatie (coververhaal  Serious gaming maakt leren leuk pagina 10). Serious gaming is honderd procent Huizinga.

Ruud Koolen
Hoofdredacteur Skipr

1 Reacties

om een reactie achter te laten

sWAqEAbjGRBq

18 september 2012

Dirk van der Woude zegt:Zef, je mening werd gldeeed door niemand minder dan President Eisenhower zelf. Uit zijn laatste speech van 17 januari 1961: Until the latest of our world conflicts, the United States had no armaments industry. American makers of plowshares could, with time and as required, make swords as well. But now we can no longer risk emergency improvisation of national defense. We have been compelled to create a permanent armaments industry of vast proportions. Added to this, three and a half million men and women are directly engaged in the defense establishment. We annually spend on military security alone more than the net income of all United States corporations.Now this conjunction of an immense military establishment and a large arms industry is new in the American experience. The total influence economic, political, even spiritual is felt in every city, every Statehouse, every office of the Federal government. We recognize the imperative need for this development. Yet we must not fail to comprehend its grave implications. Our toil, resources, and livelihood are all involved. So is the very structure of our society.In the councils of government, we must guard against the acquisition of unwarranted influence, whether sought or unsought, by the military-industrial complex. The potential for the disastrous rise of misplaced power exists and will persist. We must never let the weight of this combination endanger our liberties or democratic processes. We should take nothing for granted. Only an alert and knowledgeable citizenry can compel the proper meshing of the huge industrial and military machinery of defense with our peaceful methods and goals, so that security and liberty may prosper together.Akin to, and largely responsible for the sweeping changes in our industrial-military posture, has been the technological revolution during recent decades. In this revolution, research has become central, it also becomes more formalized, complex, and costly. A steadily increasing share is conducted for, by, or at the direction of, the Federal government.

Top