BLOG

Stuur op kwaliteit met kleine uitkomstenset

Hoeveel indicatoren heeft een mens nodig om output te meten in de zorg? Volgens mij niet meer dan tien. Met slechts een beperkt aantal indicatoren kunnen we meten wat we echt willen weten, namelijk: wat heeft de patiënt aan de zorg die wij leveren?

'Outputmeting in de zorg moet beperkt blijven tot maximaal tien indicatoren.' Deze stelling verdedigde ik recent tijdens een Helder Denken Café van De Argumentenfabriek ter ere van het afscheid van chef Zorg Maaike de Vries (ze gaat naar het RIVM). Met drie andere sprekers was ik uitgenodigd voor een argumentendebat over transparantie in de zorg. Vier argumenten waarom het een stuk simpeler kan.

Leidraad

De 'triple aim' van betere zorg, hogere kwaliteit van leven en kostenbeheersing begint alom aan te slaan. Een operatie kan vanuit professioneel oogpunt technisch perfect uitgevoerd zijn, maar is die wel geslaagd als de patiënt niet ervaart dat dat hij er iets mee is opgeschoten? Het gaat in de zorg uiteindelijk om de kwaliteit van leven, gezondheid en herstel, herwinnen van eigen regie, zelfredzaamheid en dagelijks functioneren. Laten we deze positieve uitkomsten nemen als de leidraad voor al ons klantenwerk.

We verleggen daarmee de aandacht van lange lijsten met structuur- en proces¬parameters naar korte sets van uitkomstmaten, gericht op de toegevoegde waarde van zorg voor de patiënt zelf. Deze oriëntatie op uitkomstindicatoren is hét onderscheidende principe van het Achmea-programma Kwaliteit van Zorg. We wonnen daarmee op 9 april de Value Based Health Care Award, gesponsord door Harvard-goeroe Michael Porter, voor het meest kosten-effectieve verbeterprogramma in Nederland.

Totale service

Samen met het zorgveld ontwikkelen we drie soorten uitkomst¬indicatoren: de meer technische uitkomsten vanuit professioneel perspectief, kwaliteit van leven en functionele gezondheid, en tenslotte uitkomsten over de totale service. Dat maken we steeds concreet per aandoening (zoals oncologie, diabetes, CVA, dementie of hartfalen) of type zorgverlening (zoals geboortezorg, mondzorg, IVF en palliatieve zorg). Uit al die projecten begint zich iets heel boeiends af te tekenen: in de driehoek tussen patiënt, professional en verzekeraar volstaat een beperkte set uitkomsten. Er is consensus mogelijk over lengte en kwaliteit van leven, een klein aantal zorgtechnische eindparameters, enkele items die de CQ Index samenvatten, de klantbinding (Net Promotor Score) en een subjectieve beoordeling (Reviews & Ratings). Inderdaad, niet veel meer dan tien uitkomstindicatoren!

Beperk dus de publieke set uitkomstindicatoren. Dat zou echt kunnen werken als we een aantal principes hanteren. Gebruik uitkomstindicatoren vooral als hefboom voor dialoog en signaal voor verbetering. Zorgverleners en zorgverzekeraars zijn samen verantwoordelijk voor de effectieve en doelmatige realisatie van de beoogde uitkomsten. Maar ze doen allebei ook wat eigens met de gezamenlijke uitkomstindicatoren. De verzekeraar streeft naar inkoop van de beste zorg, de hoogste uitkomstwaarde tegen de aantrekkelijkste prijs. Als een aanbieder die waarde (nog) niet kan leveren, gebruikt hij de uitkomstindicator als signaal om zijn werkprocessen en logistieke organisatiestructuren aan te passen. Daartoe zitten de uitkomstindicatoren in de primaire bronregistratie.

Als expert van het primaire proces weten professionals zich te verbeteren en te spiegelen aan 'peers'. Dat vergt wel een goede koppeling tussen uitkomsten en processen, maar verwar dat niet met de gedachte dat al die proces¬informatie ook in de publieke set moet zitten. Dat scheelt bureaucratie en dwang of drang tot controle, ook door derden.

Wat te kiezen

Ook de verzekerde patiënt begint te beseffen dat er kwaliteitsverschillen zijn en er dus wat te kiezen valt. De een doet dat al zelf met zorgzoekers, keuzegidsen en beslissings-ondersteunende tools. De andere heeft behoefte aan persoonlijke raad en daad, onder meer via zorgbemiddeling en individueel advies. Klanten vragen steeds actiever naar uitkomstinformatie en nemen die mee in hun eigen afwegingen, al dan niet in samenspraak met hun huisarts of naasten. En zo vormt de zelfde uitkomstenset de gemeenschappelijke voedingsbodem voor een zelfonderhoudend ecosysteem voor kwaliteit. Het verdorde kreupelhout van structuur- en proces¬indicatoren kan grotendeels worden weggekapt uit het publieke domein en ieder pakt zijn eigen verantwoordelijkheid over zijn eigen onderdeel in het grotere geheel.

Robbert Huijsman

Robbert Huijsman_311

5 Reacties

om een reactie achter te laten

Mauk van Heemstra ZorgSteedsBeter

21 mei 2015

Wij delen je oproep voor een beperkt aantal outcome-indicatoren Robbert, alleen zetten die liever net iets anders neer.

Want in lijn met Marian Kaljouw's nieuwe rapport "Naar nieuwe zorg en zorgberoepen" wil je als vertrekpunt de uitkomstindicatoren met betrekking tot de kwaliteit van leven van "burger-categorieen" nemen en je niet beperken tot het behandelen van kwalen. Ook in lijn met de nieuw in ontwikkeling zijnde definitie van gezondheid.

Voor zorgorganisaties propageren wij daarom dat dat één van hun "gewaagde doelen" is, naar mooi voorbeeld van &Samhoud.

Maar als zorgorganisatie ben je er dan toch nog niet. Wij prediken naast deze indicator voor de kwaliteit van je dienstverlening maximaal 4 gewaagde doelen, zoals op het gebied van je clienten-tevredenheid, medewerkers-beleving, de kwantiteit van je dienstverlening en je financiële positie.

Samen maximaal 5 outcome-indicatoren om je zorgorganisatie op te sturen. En inderdaad, alle daaraan niet direct zinvol te relateren indicatoren snoeien!

dick c. kaasjager

21 mei 2015

Dag Robbert,
het Grote Idee is goed: beperk het aantal indicatoren. De ervaringen met alle indicatoren van weleer leren ons dat er één groot probleem voortdurend de kop op steekt: namelijk er wordt gepoogd met één set allerlei heren te dienen: patiënten voor keuze informatie, verzekeraars voor inkoopinformatie, bestuurders voor managementinformatie, toezichthouders voor informatie over kwaliteit. Ook jij lijkt hetzelfde voor ogen te hebben. Ik pleit er voor eerst de informatiebehoefte van de diverse belanghebbenden te onderkennen en te scheiden; op grond daarvan kan bezien worden óf er met indicatoren over valt te informeren, of dat er gewoon uitgebreide informatie nodig is.
Waarschijnlijk blijken dan alleen toezichthouders en patiënten voldoende te hebben aan die beperkte set indicatoren.

Mauk van Heemstra ZorgSteedsBeter

22 mei 2015

Goede aanvulling Dick.
Alleen dat open einde van je dat alleen patiënten en toezichthouders aan een beperkt aantal indicatoren voldoende hebben: wij bestrijden dagelijks de hoeveelheid indicatoren ter bescherming van verzorgenden, verplegenden, en anderen die hiermee worden afgehouden van hun eigenlijke taken.
Dus laten wij waar dan ook indicatoren in aantal beperken tot alleen de minimale, meest noodzakelijke.

Frank Conijn

2 juni 2015

Ik ben het helemaal eens met de (maximaal) drie soorten uitkomstindicatoren die dhr. Huijsman beschrijft. In andere termen kwam ik tot dezelfde conclusie: ziektelastassessment, bestaande uit ziektelastmeting en/of beoordeling van bepaalde pathologie-indicatoren (telt voor twee indien beide), en consumenttevredenheidsmeting.

En net als dhr. Huijsman bekijk ik het ziektelastassessment per zorgsoort en conditie. De ziektelastmeting doe ik met de Universele Ziektelastschaal (UZ-schaal; corrigeert ook voor confounders), maar sommige zorgsoorten zijn vrijgesteld van ziektelastassessment of onderdelen daarvan. Een en ander staat uitgewerkt op https://gezondezorg.org/uitkomstassessment.php#totaal. De invulling van de eventuele pathologie-indicatoren is primair aan de beroepsgroepen.

Voor de combinatie Net Promotor Score + Reviews & Ratings + enkele items die de CQI samenvatten denk ik echter een veel beter alternatief te hebben ontwikkeld: de Universele Consumenttevredenheidsschaal (UCt-schaal). Alle drie combizaken komen er hoogstwaarschijnlijk in terug, terwijl met één meting/deelsysteem kan worden volstaan. En hij levert concrete verbeter- en/of complimentpunten op.

Verder is met een bepaalde werkwijze de administratieve belasting van het uitkomstassessment minimaal, voor alle partijen. Die werkwijze staat beschreven op https://gezondezorg.org/assessmentwerkwijze. Daarop komt men de UZ- en UCt-schaal vanzelf tegen.

Waarbij ik aan dhr. Kaasjager zou willen vragen: als u de uiteindelijk resulterende Zorgkwaliteitzoekpagina bekijkt, bent u dan nog steeds van mening dat alleen toezichthouders en patiënten er voldoende aan hebben? Zo ja, welke zaken zou u er dan nog bij gezien willen hebben?

Eddy van de Werken

4 juni 2015

Ik ben het eens met de essentie om met een beperkte set van kwaliteitsindicatoren de kwaliteit van zorgaanbieders vast te leggen. Hiermee wort het mogelijk om naast benchmarking (hoe doet mijn zorgorganisatie het ten opzichte vergelijkbare partijen) kwalitatieve ranking (als cliënt kan ik kiezen voor de beste zorgaanbieder) te realiseren. Een derde toepassing van deze kwaliteitsindicatore is het financiële aspect. De zorgaanbieder krijgt voor zijn/haar geleverde dienst een (nagenoeg) kostendekkende vergoeding. Op basis van de gescoorde kwaliteit van dienstverlening wordt een aanvullend bedrag per maand/jaar betaald, welke de zorgaanbieder in staat stelt om te groeien en te innoveren.

Ik steun van harte de aanpak en methode van Frank Conijn. Zijn ideeën zijn concreet en toepasbaar en met beperkte inspanning inpelmenteerbaar.

Top