De IGJ schrijft dat de instellingen die het in 2025 heeft bezocht suïcidepreventie nadrukkelijk op de agenda hebben staan. Bestuurders nemen verantwoordelijkheid, stellen beleid vast en bespreken suïcides op directieniveau. “Tegelijkertijd zijn nog niet alle onderdelen van suïcidepreventie al helemaal uitgewerkt. Sommige instellingen sturen op basis van data en houden actief in de gaten of diagnostiek van suïcidaliteit en veiligheidsplannen aanwezig zijn. Andere organisaties zijn nog bezig met het versterken van de sturing, bijvoorbeeld door het bundelen van beleid of door te zorgen dat verbetermaatregelen goed worden uitgevoerd.”
Stappen nemen
In de uitvoering van de zorg voor cliënten met suïcidaliteit lopen instellingen tegen vergelijkbare problemen aan: hoe maak je signaleringsplannen die echt helpen, hoe houd je de scholing op niveau, hoe bewaak je de warme overdracht- waarbij zorgverleners persoonlijk cliëntgegevens aan elkaar overdragen- bij wisselingen van personeel en hoe betrek je naasten zorgvuldig bij een behandeling zonder de privacygrenzen van cliënten te overschrijden? De IGJ ziet dat zorgorganisaties hier al veel stappen op zetten. “De volgende stap ligt in het concreet maken van doelen, een beter gebruik van data en zorgen dat verbeteringen in beleid én praktijk goed gedocumenteerd zijn en uitgevoerd worden.”
Als vervolgstap verwacht de inspectie dat instellingen de ontwikkelingen die zijn gestart verder concreet maken en verdiepen. Dit betekent dat zij ambities vertalen naar meetbare doelen, data structureel benutten voor sturing en dat verbetermaatregelen een aantoonbaar onderdeel zijn van zowel beleid als dagelijkse praktijk. Tegelijkertijd vraagt de toenemende nadruk op regionale samenwerking om heldere afspraken en gezamenlijke regie met ketenpartners.
