Vanaf 2019 ontving de inspectie al signalen over onvoldoende kwaliteit van zorg bij De Beuk Staete, een locatie waar in totaal zestien cliënten verblijven met een verstandelijke beperking en/of psychische problematiek.
Beperkt in mogelijkheden
De IGJ zelf zag in mei 2025 dat de cliënten te vaak werden beperkt in hun mogelijkheden. Bijvoorbeeld als het ging om de dagbesteding, eettijden en de hoeveelheid eten en beslissingen over hun eigen leven. Ook deden verschillende zorgverleners respectloze uitingen richting cliënten. Verder zijn er onvoldoende zorgverleners en hebben ze niet de juiste deskundigheid.
Omdat de instelling niet voldeed aan de eisen uit de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz), legde de IGJ op 8 januari 2026 een eerste aanwijzing op. Voor 22 maart moet de bestuurder verbeteringen doorvoeren.
Volgens de inspectie bleek de zorgaanbieder in de maanden daarna onvoldoende in staat om de noodzakelijke verbeteringen door te voeren. Dit leidde op 28 juli tot een veel zwaarder besluit. De Beuk Staete moest binnen vier weken de zorgverlening volledig staken, overdragen aan een andere zorgverlener en mocht tevens geen nieuwe cliënten meer aannemen.
Invloed eigenaar
De IGJ wijst als oorzaak voor de problemen nadrukkelijk naar de eigenaar van de instelling. Zij zou een negatieve invloed hebben op de omgangsvormen, de organisatiecultuur en de besluitvorming, wat de veiligheid en regie van de cliënten direct zou raken. De Beuk Staete was het hier niet mee eens, diende een bezwaarschrift in en verzocht de rechtbank om de sluiting tot die tijd te pauzeren.
De voorzieningenrechter geeft de zorginstelling daar nu in gelijk. Hoewel de rechter geen aanleiding ziet om te twijfelen aan wat de IGJ heeft geconstateerd en geoordeeld, wijst de rechter bij het openhouden van de locatie naar de belangen van de cliënten. In het vonnis concludeert de rechter: “De voorzieningenrechter vindt dat het belang van de cliënten van De Beuk Staete bij het in stand laten van de huidige situatie op dit moment zwaarder weegt dan het belang van de minister bij uitvoering van het bestreden besluit op heel korte termijn.”
Negatieve gevolgen verhuizing
Voor de kwetsbare bewoners zou een overhaaste verhuizing namelijk grote negatieve gevolgen hebben voor hun gezondheid en welzijn. Daarbij stelt de rechter dat het “niet realistisch is dat een andere zorgverlener binnen korte termijn de complexe zorg voor elk van de cliënten kan overnemen”.
Daarnaast speelt een belangrijke rol dat de eigenaar inmiddels een verbeterplan heeft ingediend en tijdens de zitting aangaf zich, mede vanwege haar gezondheid, definitief uit de organisatie te willen terugtrekken.
De rechtbank oordeelt dat de inspectie deze nieuwe ontwikkeling moet meewegen in de definitieve beslissing op het bezwaar. Tot dat besluit er ligt, mag de instelling open blijven, wordt een nieuw rapport van de IGJ niet openbaar gemaakt en moet de IGJ de proceskosten en het griffierecht van in totaal 2.265 euro vergoeden.
Gevraagd naar commentaar, laat de IGJ weten niets te kunnen zeggen omdat de zaak opnieuw onder “lopend toezicht” valt.
