In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is afgesproken dat zorgaanbieders vanaf 2026 stoppen met het gebruik van exclusiecriteria. Alleen voor een beperkte groep met zogenoemde laagvolume, hoogcomplexe zorgvragen mogen uitzonderingen worden gemaakt. In die gevallen kan een verwijzing plaatsvinden naar een landelijke derdelijnsvoorziening.
Behandeling geweigerd
MIND ontving dit voorjaar echter meerdere meldingen van mensen die alsnog werden geweigerd door zorgaanbieders of werden terugverwezen naar de huisarts. Daarop deed de organisatie een oproep aan mensen die dit jaar niet werden toegelaten tot een ggz-behandeling.
Van de 98 bruikbare reacties geven 78 mensen aan dat zij sinds 1 januari 2026 niet in behandeling zijn genomen door een ggz-aanbieder. Ongeveer twee derde van hen werd afgewezen bij een grote ggz-instelling. De meest genoemde reden voor weigering is dat de problematiek ‘te complex’ zou zijn. Ook diagnoses of omstandigheden zoals autisme, crisisgevoeligheid en suïcidaliteit worden vaak genoemd als reden om iemand niet in behandeling te nemen.
Geen passende behandelplek
Opvallend is dat 86 procent van de afgewezen cliënten aangeeft dat de zorgorganisatie hen niet heeft geholpen bij het vinden van een alternatieve behandelplek. Volgens MIND schetsen veel verhalen hetzelfde beeld: mensen wachten lang op een intake, doorlopen gesprekken en worden vervolgens alsnog afgewezen of terugverwezen naar de huisarts, zonder warme overdracht of passend alternatief.
De gevolgen voor betrokkenen zijn volgens MIND aanzienlijk. Veel respondenten melden dat hun klachten verergeren en dat zij het vertrouwen in de zorg verliezen. Ook noemen zij uitval op school of werk, langdurige zoektochten naar hulp en gevoelens van afwijzing en uitzichtloosheid. Een groot deel van de mensen heeft nog steeds geen passende zorg gevonden, of pas na veel inspanning en lange wachttijden.
Alarmerend
MIND benadrukt dat de resultaten geen volledig representatief beeld geven van de hele ggz-sector, maar noemt de signalen wel alarmerend. De organisatie roept minister Sophie Hermans op om scherper toe te zien op uitsluiting en om ervoor te zorgen dat er voldoende passende behandelplekken zijn voor mensen met ernstige psychische problemen.

Voor de bühne roep de politiek dat de wachtlijsten in de GGZ aangepakt moeten worden. Aan de kant waar het werk gedaan wordt knijpen de politiek en de zorgverzekeraars juist de GGZ af. Ook de immer doorgaande VWS kruistocht tegen de niet-gecontracteerde GGZ is stuitend en pure stemmingmakerij.
De vrije artsenkeuze (het wetsartikel waarmee de niet-gecontracteerde GGZ zorg kan leveren die vergoed moet worden) is een recht wat de politiek en de zorgverzekeraars de burgers van Nederland willen ontnemen.
En dat elke GGZ aanbieder elke cliënt moet aannemen, ongeacht of de behandelaren dit kunnen en willen behandelen, is een slecht bedacht plan voor een probleem wat gecreëerd is door jarenlang slecht zorgbeleid door de politiek, VWS en de zorgverzekeraars. Veel behandelplekken voor cliënten met zeer complexe problemen zijn de afgelopen jaren gesloten door reorganisaties, oftewel geldtekort.
Verder is het financieringssysteem van de GGZ, het ZPM, niet ingericht om tijd te besteden aan het gaan uitzoeken waar de cliënt wel goed terecht kan. Je kunt volgens de ZPM regels alleen de tijd mét de cliënt declareren en niet tijd vóór de cliënt.
Dit weet MIND ook donders goed en alle andere partijen die aan de tafel gezeten hebben bij het IZA en de AZWA ook.
Dat MIND hierop hamert begrijp ik volkomen, maar MIND hamert op de verkeerde koppen. MIND tracht indirect op de koppen van D66/VVD/CDA te hameren, maar die hebben zo’n ontzettend bord voor hun kop dat het ze niet raakt.