De paper van Vinkers en Jeurissen laat zien dat de wachtlijstenproblematiek bol staat van de paradoxen. Het aantal mensen dat in de ggz werkt is de afgelopen tien jaar fors gestegen en ook de uitgaven aan de ggz zijn toegenomen. Toch zijn de wachttijden langer geworden, met name in de specialistische ggz. De oorzaak ligt in een aantal beleidskeuzes die ‘afzonderlijk verdedigbaar waren’, volgens de auteurs, maar ‘gezamenlijk onbedoeld hebben bijgedragen aan een relatief verminderde beschikbaarheid van specialistische zorg voor patiënten met ernstige problematiek.’
Ambulantisering en bureaucratie
Zo’n beleidskeuze is bijvoorbeeld om in te zetten op het bieden van meer lichtere vormen van zorg en niet voor de uitbreiding van zware specialistische zorg. Terwijl de wachtenlijsten voor specialistische zorg juist het grootst zijn wordt daar gestuurd met omzetplafonds en strenge contracten door verzekeraars. Het verplaatsen van zorg uit de instellingen naar meer zorg thuis heeft weliswaar goed uitgepakt voor preventie en mensen met lichte vragen maar niet voor mensen met zwaardere problematiek.
Personeel dat niet behandeld
In ruim tien jaar tijd steeg het aantal medewerkers in de ggz met dertig procent terwijl in de specialistische ggz het aantal behandelde patiënten afnam. Over deze paradox schrijven de auteurs: “Niet alle werknemers zijn direct betrokken bij patiëntenzorg. Administratie, organisatorische- en coördineerde taken nemen een groeiend en substantieel deel van de beschikbare capaciteit in beslag. Daarnaast bestaat de grootste schaarste juist bij gespecialiseerde functies zoals psychiaters, klinisch psychologen en verpleegkundig specialisten.”
Verbetering door stelselwijziging
De auteurs concluderen dat uitbreiding van capaciteit alleen onvoldoende is om de toegankelijkheid van de specialistische ggz te verbeteren. Daarvoor is volgens hen ook een betere aansluiting nodig tussen de zorgvraag, het specialistische aanbod en de financiële prikkels in het zorgstelsel.
