De aanleiding van de oproep is het bericht dat minister Sterk nog voor het zomerreces met een behandeling van het wetsvoorstel naar de Kamer zal komen. De partijen willen met dit signaal de minister bewegen definitief een streep te trekken door het veelgeplaagde en veel uitgestelde wetsvoorstel. Het grootste probleem zit hem volgens de partijen in het zogenoemde woonplaatsbeginsel. Dat moet regelen dat de gemeente waar iemand woont (of vandaan komt volgens de wettelijke regels) verantwoordelijk wordt voor de bekostiging van beschermd wonen. Men vreest dat dit bureaucratisch getouwtrek zal opleveren ten koste van de cliënt.
Objectieve verdeling
“Het wetsvoorstel is ooit ontwikkeld om te komen tot een objectieve verdeling van middelen voor beschermd wonen over alle gemeenten”, zegt Maarten Hijink, directeur van Valente. “Inmiddels is duidelijk dat het cliënten kan confronteren met extra bureaucratische belemmeringen en dat het de toegang tot passende ondersteuning onder druk zet. Dat is niet in het belang van mensen die juist gebaat zijn bij continuïteit, keuzevrijheid en maatwerk.”
Kritiek
Ook de Raad van State heeft zich kritisch uitgelaten over het voorstel. Daarnaast wijzen de organisaties erop dat de beweging naar beschermd thuis de afgelopen jaren juist zonder invoering van het woonplaatsbeginsel op gang is gekomen. De Tweede Kamer wacht al geruime tijd op nadere informatie van opeenvolgende kabinetten over het wetsvoorstel. Dat het voorstel na al die jaren nog steeds niet is ingevoerd, onderstreept volgens de organisaties de brede twijfel over de meerwaarde ervan.
Alternatieven
Volgens Valente, de Nederlandse ggz en MIND is een objectieve verdeling van middelen ook op een andere manier mogelijk. De organisaties roepen de minister daarom op het wetsvoorstel in te trekken en samen met gemeenten te werken aan een toekomstbestendige oplossing die mensen met een psychische kwetsbaarheid daadwerkelijk ondersteunt.
