Mirjam Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) | Fotografie: Paul Tolenaar
Dat schrijft de minister in een brief aan de Tweede Kamer, waarin zij een update geeft over de voortgang van het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO). “Met de samenwerkende HLO-partijen wil ik me de komende tijd richten op de uitvoering van het HLO en daar met het coalitieakkoord ook op voortbouwen”, aldus Sterk.
Nieuw akkoord
In een nieuw bestuurlijk akkoord wil zij met het veld aanvullende afspraken maken om de ingezette beweging ‘te verbreden, bestendigen en versnellen’. “Het mag niet alleen iets zijn van een – weliswaar groeiende – groep koplopers die het zorgaanbod aanpast aan de veranderende voorkeur van ouderen en de beschikbaarheid van personeel.”
Geen onnodige bezuinigingen
Sterk gaat verder in op de bezuinigingsopgave van 1 miljard euro voor de langdurige zorg. Zonder ingrepen stijgen de Wlz-uitgaven aan zorg in natura tussen 2026 en 2031 met 6,2 miljard euro: “Een toename van ruim 15 procent. En deze toename is ook exclusief de reguliere jaarlijkse bijstelling voor loon- en prijsontwikkeling.” Daarom wil VWS de groei beperken tot 5,2 miljard euro.
De minister zegt samen met veldpartijen naar een oplossing te zoeken en niet over ‘één nacht ijs te gaan’. “Daarbij staat de inhoud van de afspraken voorop en zijn de financiële kaders randvoorwaardelijk. Onnodige bezuinigingen opleggen aan zorgaanbieders in de ouderenzorg is daarmee mijns inziens niet aan de orde.” Voor de zomer wil Sterk duidelijkheid geven over het financiële kader. In september moeten de inhoudelijke afspraken gereed zijn.
Minder verpleeghuisplekken
In de brief gaat Sterk ook in op de afnemende vraag naar intramurale verpleegzorg. Daardoor zijn er “minder zorgverleners nodig en wordt de groei van de uitgaven aan zorg afgeremd”. In september verschijnt een RIVM-rapport dat ingaat op de oorzaken van deze daling en de vraag of de ontwikkeling duurzaam is. Dit najaar presenteert Sterk bovendien een breed mantelzorgplan als reactie op het SER-rapport over mantelzorg en werk.
Subsidie op nul
Begin mei maakte Sterk bekend de stimuleringsregeling wonen en zorg te stoppen. De subsidieregeling is bedoeld voor het ondersteunen van sociale ondernemers en bewonersinitiatieven bij het maken van een plan voor de totstandkoming van kleinschalige woon-zorgvoorzieningen, zoals hofjes. Volgens de toelichting is er geen budget meer beschikbaar vanwege de ‘taakstellingen bij de overheid’.
Zorgvisie noemt dit besluit opmerkelijk. Door het scheiden van wonen en zorg blijft de capaciteit van de verpleeghuiszorg, ondanks de vergrijzing, min of meer gelijk. Tegelijkertijd is er juist behoefte aan meer zorggeschikte woningen buiten het verpleeghuis. Als reactie hierop benadrukt de minister dat de stimuleringsregeling bedoeld was om de haalbaarheid te onderzoeken van woonvormen van bewonersinitiatieven en sociale ondernemers. Vorig jaar was er zo’n 0,7 miljoen euro aan de regeling besteed. Voor 2026 is dat budget “op nul gezet. Dit jaar bekijk ik of ik voor volgend jaar middelen kan vinden voor deze regeling”, aldus Sterk.
120 miljoen
De bewindsvrouw wijst erop dat de bouw van ouderenhuisvesting via andere routes wordt gestimuleerd, “die ten goede komen aan sociale ondernemers en bewonersinitiatieven”. Sinds 18 mei zijn de stimuleringsregeling ontmoetingsruimten voor ouderenhuisvesting en de regeling voor zorggeschikte woningen opnieuw opengesteld. “Voor deze regelingen zal bij elkaar circa 120 miljoen beschikbaar worden gesteld.” Daarnaast gaat dit jaar het Fonds Coöperatief Wonen van start bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn).
Sterk onderstreept dat de ambities hoog zijn: “Samen met Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening werk ik aan 290.000 geschikte woningen voor ouderen in de periode tot en met 2030.” Daarom is zij aangesloten bij de ministeriële taskforce Versnelling woningbouw. “Zo geef ik ook invulling aan de motie van de Kamerleden Marijnissen en Heerma om per regio concrete voorstellen te ontwikkelen om de bouw van kleinschalige woonvoorzieningen, versneld van de grond te krijgen.”
Voor het zomerreces deelt Sterk een voortgangsrapportage. “Om de gewenste beweging naar de voorkant te maken werk ik ook aan concretisering van gemeenschapsvorming in geclusterde woonvormen.”


De brief van minister Sterk laat zien dat de overheid steeds meer erkent dat de toekomst van de ouderenzorg niet uitsluitend binnen de muren van het verpleeghuis ligt. De aandacht voor geclusterde woonvormen, zorggeschikte woningen, gemeenschapsvorming en mantelzorg is een belangrijke stap in de goede richting.
Tegelijkertijd roept het stopzetten van de stimuleringsregeling Wonen en Zorg vragen op. Juist nu ouderen langer thuis wonen en de vraag naar passende woonvormen toeneemt, is het van belang initiatieven van bewoners en sociale ondernemers te blijven ondersteunen. Het argument dat hiervoor geen middelen beschikbaar zijn, terwijl tegelijkertijd andere subsidieregelingen met een omvang van circa 120 miljoen euro worden opengesteld, onderstreept vooral hoe versnipperd het huidige stelsel is georganiseerd.
De kern van de uitdaging ligt niet alleen in meer woningen of meer zorgcapaciteit, maar in een integrale benadering waarin wonen, welzijn en zorg als één samenhangend geheel worden beschouwd. Ouderen ervaren hun leven immers niet in afzonderlijke beleidsdomeinen. Voor hen vormen gezondheid, sociale verbondenheid, veiligheid, zelfstandigheid en wonen één werkelijkheid.
Het is daarom tijd om de bestuurlijke organisatie beter aan te laten sluiten op die werkelijkheid. Alleen dan kunnen de ambities voor passende ouderenhuisvesting en toekomstbestendige ouderenzorg daadwerkelijk worden gerealiseerd.
Koos Dirkse