Volgens haar was er tijdens corona voortdurend sprake van botsende grondrechten. Zo waren er maatregelen die inbreuk maakten op het familieleven, omdat mensen niet dicht bij elkaar mochten zijn. Maar ook het eigendomsrecht werd ingeperkt op het moment dat ondernemers niet meer over hun eigen openingstijden gingen en het recht op onderwijs stond onder druk door de schoolsluitingen.
Fundamenteel grondrecht
Schipper-Spanninga sprak van “zware inbreuken”, maar benadrukte dat daar tegenover het recht op leven als “heel fundamenteel grondrecht” stond. Volgens haar bestaat er geen rangorde tussen grondrechten, maar weegt de volksgezondheid al snel heel zwaar. De overheid doet niet snel niks op het moment dat het risico bestaat dat er dan meer doden vallen, zei ze. (ANP)