In welk stadium de diagnose wordt gesteld, is nog steeds de belangrijkste factor die de overleving bepaalt. In alle stadia van de ziekte is vooruitgang zichtbaar, maar het meest bij patiënten met kanker in stadium III (het op een na minst gunstige stadium). Meestal gaat dit om kanker die zich lokaal heeft uitgebreid naar omliggend weefsel of lymfeklieren, maar waarbij er nog geen uitzaaiingen zijn naar andere organen. De 5-jaarsoverleving in deze groep patiënten verdubbelde bijna van 30 procent in 1990-1994 naar 57 procent in 2020-2024.
Preciezere operaties
Otto Visser, hoofd registratie bij IKNL: “Juist deze patiënten profiteren het meest van verbeteringen in de behandelingen, zoals preciezere operaties waarbij het beter lukt om alle kanker te verwijderen, aanvullende bestraling of een aanvullende systemische behandeling voor of na de operatie. Met deze aanvullende behandelingen vergroot je het succes van een operatie of verklein je de kans op uitzaaiingen op de langere termijn en daardoor verbetert de overleving.” Een voorbeeld hiervan is darmkanker, waar betere operaties en aanvullende behandelingen de afgelopen decennia belangrijke vooruitgang hebben gebracht.
Chemotherapie
Met name de afgelopen tien jaar is ook bij een deel van de patiënten met stadium IV (het minst gunstige stadium) een duidelijke verbetering te zien: van 18 procent 5-jaarsoverleving in 2010-2014 naar 25 procent in 2020-2024. Bij dit stadium is over het algemeen een operatie niet meer mogelijk en is genezing afhankelijk van systemische therapie, zoals chemotherapie. Er zijn echter grote verschillen tussen tumorsoorten en vooral een kleine specifieke groep profiteert hiervan.
Nieuwe geneesmiddelen
Visser: “Het laatste decennium zijn er veel nieuwe geneesmiddelen voor kanker beschikbaar gekomen. Nog lang niet iedereen met kanker in stadium IV kan daarvan profiteren, maar een toenemend deel wel. Zo is bij nierkanker de overleving in stadium IV de afgelopen decennia sterk verbeterd, mede door de introductie van nieuwe geneesmiddelen. Ook hormonale therapieën hebben vooruitgang opgeleverd, bij bijvoorbeeld borst- en prostaatkanker.”