Er was eens een gynaecoloog met een praktijk, waar zijzelf en twee andere gyneacologen werkte. Sinds 2020 verhuurde ze haar hele praktijk aan zelfstandig behandelkliniek Acibadem. Voor de behandelingen kreeg ze 25 procent van de netto-omzet die Acibadem voor de behandelingen kreeg.
Acibadem
Een van haar collega-gynaecologen gaf ze 18 procent van de omzet. Hij kwam daar in mei 2024 achter, was ontevreden en nam uiteindelijk in juli 2024 stopte hij bij de praktijk.
Een paar dagen later kreeg hij en de andere gynaecologen allemaal individueel een contract aangeboden door Acibadem om direct voor de zbc te komen werken.
Rechter
De opdrachtgever-gynaecoloog klaagde hierna zowel Acibadem als de vertrokken gynaecoloog aan. Ze vond dat Acibadem zich haar praktijk heeft toegeëigend door de gynaecologen rechtstreeks te contracteren. Ze eist daarom een schadevergoeding van Acibadem.
De gynaecoloog die voor haar gewerkt had, eiste op zijn beurt, dat de opdrachtgever-gynaecoloog hem enkele onbetaalde facturen zou betalen.
Uitspraak
Maar helaas voor alle partijen, wees de rechter bijna alle eisen af. Zowel Acibadem als de gynaecoloog mochten de overeenkomsten met de opdrachtgever-gynaecoloog verbreken. Maar Acibadem had daarbij wel de opzegtermijn van drie maanden in acht moeten nemen. Dus moet Acibadem de gynaecoloog de drie maanden omzetverlies vergoeden.
Concurrentiebeding
Ook was het het goed recht van de gynaecoloog om over te stappen van de praktijk van de opdrachtgever-gynaecoloog naar Acibadem. Uitzendbureaus en intermediairs mogen werknemers niet belemmeren dat zij na afloop van een overeenkomst rechtstreekse gaan werken voor de hoofdaannemer.
