De oorspronkelijke gedachte achter het pgb is dat de cliënt zelf zorg inkoopt en daarover de regie heeft. Anders dan bij zorg in natura, waarbij de regie bij een zorginstelling ligt. Daarmee is een pgb-houder formeel vaak ook de werkgever van een zorgverlener. Omdat veel budgethouders niet in staat zijn om een volledige salarisadministratie te voeren neemt de SVB in de praktijk vaak een groot deel van die werkgeversadministratie over: loonstroken, loonheffingen, jaaropgaven en betalingen.
De SVB stelt vandaag dat veel budgethouders onbedoeld toch in de knel komen door een toename van administratieve lasten. “Ongeveer 14.000 mensen met een pgb hebben een arbeidsovereenkomst met één of meerdere zorgverleners. Daardoor worden zij beschouwd als werkgever en moeten ze voldoen aan bijbehorende plichten. Zo moeten zij een uitgebreide salarisadministratie bijhouden en zieke zorgverleners begeleiden bij re-integratie. Het gevolg is dat veel budgethouders dreigen te worden overweldigd door alle administratie, terwijl zij juist rust en zorg nodig hebben.”
Stress
Volgens de SVB komen arbeidswetgeving en pgb-wetgeving verder niet overeen. “Zorgverleners met een oproepcontract die binnen vier dagen worden afgezegd, hebben binnen het arbeidsrecht toch recht op loon. Terwijl in de pgb-regelgeving is vastgelegd dat alleen uit een pgb betaald mag worden voor daadwerkelijk geleverde zorg. Het voldoen aan die verschillende regelgeving levert budgethouders stress op en dreigt onuitvoerbaar te worden.”
Een oplossing is volgens Diana Starmans, voorzitter van de raad van bestuur van de SVB, een wettelijke uitzondering voor budgethouders. “Zo worden zij ontheven van formele werkgeversverplichtingen. Dit kan de administratieve lasten verlagen. Een tweede oplossing is het harmoniseren van de pgb-regelgeving met het arbeidsrecht, zodat budgethouders niet langer worden geconfronteerd met botsende wetgeving.”
