De fraude vond plaats vanaf 2023. Naast de aanhoudingen zijn ook doorzoekingen gedaan in de woningen van de verdachten, een vakantiewoning, twee bedrijfspanden en twee opslaglocaties. Bij de doorzoekingen zijn onder andere luxegoederen, zoals dure merkhorloges en kleding, inbeslaggenomen. Daarnaast is beslag gelegd op contant geld, onroerend goed en zeven dure auto’s. Op 2 juni 2026 heeft de Raadkamer van de Rechtbank Rotterdam het voorarrest van vier verdachten met 90 dagen verlengd.
Witwassen
De verdachten maakten gebruik van een viertal stichtingen die de zorgverlening in 2024 moesten staken. De witwasactiviteiten stopten echter niet. De verdachten maakten vervolgens gebruik van zogenoemde katvangers. In de hele periode werd in totaal circa 5 miljoen euro aan zorggelden bijgeschreven, die vermoedelijk voor een groot deel door de verdachten zijn onttrokken en niet zijn besteed aan het leveren van zorg.
Grote bedragen onttrokken
Uit het onderzoek van de recherche zorgfraude van de Opsporingsdienst komt naar voren dat de geldstromen van de vier stichtingen veel overlap vertoonden. Op papier waren de stichtingen afzonderlijke ondernemingen.
Constructies
In de werkelijkheid werden de stichtingen als een constructie gedreven door een groep personen tussen wie sociale relaties bestaan. Vanuit de stichtingen werd 800 duizend euro overgemaakt naar een eenmanszaak van één van de verdachten en nog eens 800 duizend euro naar een ‘uitzendbureau’. Daarmee werd voorgewend alsof er bij deze bedrijven personeel werd ingehuurd.
Beide bedrijven hadden echter nauwelijks tot geen personeel in dienst. Het vermoeden is dat zorggelden onder meer via deze twee ondernemingen zijn witgewassen. Ook op de bankrekeningen van de katvangers werden zorggelden ontvangen die niet (volledig) zijn besteed aan het leveren van zorg. Zo werd vanaf deze bankrekeningen ruim 500 duizend euro overgeboekt naar (buitenlandse) bankrekeningen van de verdachten.
