De handreiking bevat aanscherping van toelatings- en geschiktheidseisen, opname van extra contractuele clausules en inzet van juridisch houdbare interventies. Burgemeester van Arnhem en voorzitter van het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Oost Nederland (RIEC-ON) Ahmed Marcouch overhandigde de handreiking aan Petra Wormser, algemeen directeur van Zorgverzekeraars Nederland en aan René Groot Koerkamp, directeur Menzis Zorgkantoor.
Marcouch: “Zorgcriminelen richten zich steeds vaker op de Wet langdurige zorg. Dat is onacceptabel. Wie zorggeld steelt, ontneemt kwetsbare mensen de zorg die zij nodig hebben, met gevolgen die kunnen gaan over leven en dood. Tegen deze misdadigers moeten we keihard optreden. Zorgkantoren moeten aan de voorkant de deur sluiten: geen contract, geen publiek geld en geen enkele kans voor criminelen die van zorg een verdienmodel maken.”
Zorginkoop
Het signaal van het RIEC-ON en ZN komt op het moment dat zorgkantoren hun contracten met zorgaanbieders voor de komende jaren actualiseren. Dit zorginkoopbeleid is de basis voor de afspraken die de zorgkantoren aankomende maanden maken met de zorgaanbieders voor in ieder geval 2027. De praktijk laat zien dat toezicht en handhaving op de afspraken in het inkoopbeleid achteraf vaak complex en beperkt effectief zijn wanneer aan de voorkant onvoldoende scherpe afspraken zijn gemaakt. Daarbij moet men alert zijn op malafide zorgaanbieders die publieke middelen aanwenden voor eigen gewin. Regelmatig gaat het om partijen die eerder door gemeenten bij de contractering voor de Wmo zijn geweerd.
Eugène van Mierlo, regionaal portefeuillehouder aanpak zorgfraude in Twente en bestuurder van het landelijke Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ): “Wie niet aan de voordeur scherp selecteert, haalt de problemen onvermijdelijk binnen.” Door juist in deze fase te investeren in heldere en toetsbare contractvoorwaarden, kan schade worden voorkomen en wordt de weerbaarheid van het stelsel vergroot. Marcouch: “Het gaat uiteindelijk om één doel: ervoor zorgen dat publieke middelen terechtkomen bij de mensen voor wie ze bedoeld zijn.”
Bekijk hier de handleiding

Mooie woorden — “misdadigers”, “leven en dood” — maar het zou de lezer helpen als erbij stond om hoeveel geld het werkelijk gaat. De tien miljard die rondzingt is ooit door het OM geopperd en nooit onderbouwd; de minister schreef vorig najaar aan de Kamer dat de omvang simpelweg onbekend is, en de Algemene Rekenkamer oordeelde dat al in 2022. Wat wél vaststaat is wat de verzekeraars en zorgkantoren samen daadwerkelijk als fraude vaststellen: ongeveer 16 miljoen euro in 2024, gedaald van een uitschieter van 80 miljoen in 2019. Van de 306 vastgestelde gevallen in 2023 gingen er 73 door naar de Arbeidsinspectie.
Zet daar de prijs van de jacht naast. Het toezichtapparaat, van de NZa tot de IGJ en het Zorginstituut, kost jaarlijks honderden miljoenen, een veelvoud van het bedrag dat het weet aan te tonen. En de beheerskosten van de verzekeraars zelf bedroegen in 2024 zo’n 1,4 miljard euro, het jaar daarvoor 2,1 miljard. Dat is grofweg honderd keer de vastgestelde fraude, volkomen legaal, en het heet nooit criminaliteit omdat het simpelweg tot de architectuur van het stelsel behoort.
Het woord “criminelen” wijst handig naar de marge, zodat niemand naar het centrum kijkt. Een scherpere voordeur is prima, maar het verhaal dat de premiebetaler verdient begint bij die 1,4 miljard aan uitvoeringskosten, en daar gaat dit bericht met geen woord over. Voor alle duidelijkheid:
– 16 miljoen aan ‘criminelen’.
– vele miljarden aan uitvoeringskosten aan dit stelsel.
Wie is hier de crimineel?