Hoewel het de afgelopen jaren licht verbeterde, is het nog lang niet terug op het niveau van voor de coronacrisis. Dat heeft het Netwerk Gezondheidsonderzoek na Rampen (Netwerk GOR) geconcludeerd bij de afronding van het onderzoeksprogramma over de impact van de coronapandemie op de gezondheid.
Angst en stress
Bij een kleine groep jongeren vindt geen herstel plaats, wijzen gegevens van huisartsen uit. Jongeren hebben vaker contact met de huisarts over gedachten over en pogingen tot zelfdoding dan voor de pandemie. Dit neemt niet af. Ook stijgt het aantal jongeren dat zich bij de huisarts meldt voor angst en stress.
Vertrouwen in de toekomst
Het vertrouwen in de toekomst is volgens de onderzoekers sterk verbonden met de veerkracht en mentale gezondheid van jongeren. 47 procent heeft veel vertrouwen in de toekomst. Voor 40 procent is dit matig tot redelijk en 12 procent heeft weinig tot geen vertrouwen. Het vertrouwen wordt volgens de onderzoekers grotendeels bepaald door factoren dicht bij iemand, zoals hoe het gaat op school, studie of werk. Maar ook relaties, gezondheid en woonruimte hebben invloed. Er is geen verband gevonden met factoren als maatschappelijke onrust, klimaat of oorlog. Sommige jongeren geven wel aan iets minder vertrouwen te hebben in hun toekomst omdat de onrust in de wereld deze mogelijk in gevaar kan brengen.
Sociala cohesie
Het onderzoek van Netwerk GOR duurde vijf jaar. De conclusie die de onderzoekers trekken is dat welzijn en sociale cohesie belangrijk zijn voor hoe de samenleving bestand is tegen een crisis, zoals een pandemie. “Het is daarom belangrijk om hier voortdurend aandacht voor te hebben, zowel voor, tijdens als na een crisis.” Ook draagt het herkennen en erkennen van leed door crises bij aan de veerkracht van de samenleving, aldus het netwerk. (ANP)