Data moet kunnen stromen; iedereen moet daar gebruik van kunnen maken – binnen de kaders van de privacywetgeving natuurlijk. Dat stelt Teun van Bladel, productmanager Health Exchange bij KPN Health. Samen met collega Gil Peeters (business analist) is hij te gast in de door Skipr en KPN Health georganiseerde webinar over integrale samenwerking en data-uitwisseling in de praktijk. Een thema dat in vertrouwde handen is bij het bedrijf dat van oudsher gewend is om data over zijn netwerken te faciliteren. “Wat we voor tv en internet doen, zou in de zorg ook een normale voorziening moeten zijn.”
Data uit verschillende bronnen
Daar werken ze hard aan; als onderliggende partij die je niet altijd ziet maar wel van alles mogelijk maakt. Zo zorgt het bedrijf dat data uit verschillende bronnen ontsloten wordt volgens de landelijke standaarden. Vanuit het vertrekpunt dat data en functie gescheiden worden. “Je moet het zo voor je zien dat er een datalaag voor de regio is waar alle data gestandaardiseerd beschikbaar is”, licht Van Bladel toe. De applicaties die zorg- en welzijnsorganisaties gebruiken in het primaire proces kunnen ze daarop aansluiten. Dat zorgt ervoor dat zorgprofessionals altijd beschikken over de juiste data.
Generiek leesbaar
De analogie met het mobiele netwerk dringt zich op. De zendmasten van KPN zorgen dat je overal in het land kunt bellen, ongeacht je telecomaanbieder. Zo is het ook met het dataplatform van KPN Health en de applicaties van zorginstellingen. De grootste uitdaging daarbij is de complexiteit van data, vertelt Gil Peeters. “Elke zorgorganisatie – of het nu een ziekenhuis, ggz of welzijnsorganisatie is – registreert die data op haar eigen manier.” Bovendien zie je dat het samenwerken vaak niet beperkt blijft tot de regio, maar ook in netwerken plaatsvindt die breder georganiseerd zijn. “Daarom zorgen we ervoor dat die data generiek leesbaar is. Ook voor partijen of individuen die vanuit een ander belang naar die data willen kijken – denk aan onderzoekers bijvoorbeeld.”
In de praktijk
In Midden-Holland, bij het samenwerkingsverband Gedeelde Zorg, is het niet anders. Zo’n 150 organisaties, 25 duizend zorgprofessionals en 250 duizend inwoners van en rondom Gouda zullen gefaseerd gebruik gaan maken van het dataplatform. Gil Peeters: “Nu nog zijn organisaties en medewerkers veel tijd kwijt om de benodigde data beschikbaar te krijgen. Met ons dataplatform zorgen wij ervoor dat de juiste data, op het juiste moment, bij de juiste persoon beschikbaar is. Zodat er passende zorg geleverd kan worden.”
Vijftien use-cases
Begin 2026 is dat het geval voor drie use-cases die Gedeelde Zorg zelf heeft geselecteerd: proactieve zorgplanning, netwerkzorg dementie, en mentaal gezondheidsnetwerk. Ze maken deel uit van in totaal vijftien use-cases waarvoor Midden-Holland de samenwerking wil verbeteren. In meerdere workshops zijn de uitdagingen besproken waar medewerkers voor staan en de behoeftes die zij hebben. Dat gebeurde met allerlei belanghebbenden, van dagelijkse gebruikers tot het ministerie van VWS en het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg. Zodat het dataplatform ook aansluit bij wat er landelijk gevraagd wordt. Dat is heel belangrijk, stelt Teun van Bladel: “Waarom kunnen we met iedereen bellen? Omdat we landelijk of eigenlijk wereldwijd met elkaar hebben afgesproken hoe telefonie werkt. Laten we dat voor databeschikbaarheid alsjeblieft ook doen.”
Standaardiseren is de regel
Om de privacy van cliënt en patiënt te waarborgen is er scherp gekeken naar dataminimalisatie en de toestemming van de patiënt. Zo wordt het platform voorzien van een vertrouwensmodel op basis van Mitz*. Maar hoe verhoudt het dataplatform zich tot CumuluZ en Health-RI, wil een deelnemer aan de webinar weten. Programma’s die ook als doel hebben om te komen tot een landelijk dekkend netwerk. Het platform sluit aan op de architectuur en de oplossingsrichting van beide initiatieven, verzekert Teun van Bladel. “Wij schakelen continu met CumuluZ en andere stakeholders daaromheen. Eigenlijk kijken wij op eenzelfde manier naar de wereld: hoe meer standaardisatie hoe beter.”
Brons, zilver, goud
Alle wensen en eisen zijn geïnventariseerd, waarna het gewenste proces is uitgetekend – “en gecheckt of we daarmee de problemen oplossen”, vertelt Gil Peeters.
Het functioneel ontwerp dat daaruit is voortgekomen, wordt gefaseerd ingevoerd. Eind van dit jaar gaat de bronzen versie live, het fundament van de oplossing. “Met deze aanpak zorgen we ervoor dat de mensen van Gedeelde Zorg snel het systeem kunnen gebruiken en ervaring kunnen opdoen.” Die ervaring gebruiken Peeters en zijn collega’s voor de verrijking van het platform naar een zilveren en gouden versie.
Van regio naar landelijk
De European Health Data Space (EHDS) en de Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz): alles beoogt landelijke databeschikbaarheid en gegevensuitwisseling. Wat Teun van Bladel en Gil Peeters betreft is het platform een opmaat daarnaartoe. “Deze regio heeft het voortouw genomen om dat samen met ons in de praktijk te realiseren.” Ze hopen dat hun oplossing zowel binnen Gedeelde Zorg als andere regio’s een vlucht gaat nemen. Zodat er uiteindelijk een landelijk dekkend netwerk komt waar je, naar analogie van het mobiele netwerk, van de ene naar de andere regio kunt rijden en je data met je mee reist. “Dat is de realiteit waar we steeds sneller naartoe bewegen.”
*Mitz is een online toestemmingsvoorziening waarmee burgers zelf bepalen welke zorgaanbieders toegang hebben tot hun medische gegevens.
Het webinar terugkijken? Dat kan hier!

