Cognitieve problemen komen veel voor bij jonge mensen die een herseninfarct hebben doorgemaakt en verdwijnen vaak niet vanzelf. Dat blijkt uit het proefschrift van neuroloog in opleiding Mijntje Schellekens van het Radboudumc. De klachten hebben niet alleen invloed op gezondheid en kwaliteit van leven, maar ook op werk en maatschappelijke participatie.
In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer tweeduizend tot drieduizend mensen tussen de 18 en 50 jaar een beroerte. In de meeste gevallen gaat het om een herseninfarct, waarbij een bloedstolsel een bloedvat in de hersenen afsluit. Volgens neuroloog Frank-Erik de Leeuw neemt het aantal jonge mensen met een beroerte de afgelopen jaren toe. Naast zichtbare lichamelijke gevolgen kunnen ook minder zichtbare cognitieve klachten ontstaan.
Langdurige cognitieve gevolgen
Uit het onderzoek van Schellekens blijkt dat cognitieve klachten zoals een tragere informatieverwerking, taalproblemen en geheugenstoornissen veel voorkomen bij jonge patiënten. Ruim een derde had moeite met visueel ruimtelijke vaardigheden, die nodig zijn voor alledaagse handelingen zoals autorijden of het uitvoeren van praktische taken. Bij bijna een kwart was sprake van een vertraagde informatieverwerking, wat invloed heeft op gesprekken voeren en het nemen van beslissingen.
De verwachting dat deze problemen na verloop van tijd vanzelf verbeteren, blijkt vaak onterecht. Bij meer dan de helft van de onderzochte jonge mensen waren de cognitieve klachten een jaar na het herseninfarct onveranderd aanwezig. Bij tien procent was zelfs sprake van verslechtering. Volgens Schellekens is dit zorgelijk, omdat jonge mensen zich meestal in een levensfase bevinden waarin werk, gezin en sociale contacten centraal staan.
Impact op werk en participatie
De cognitieve gevolgen hebben ook duidelijke effecten op arbeidsparticipatie. Hoewel de meeste jonge mensen na een herseninfarct uiteindelijk weer aan het werk gaan, blijkt uit het onderzoek dat patiënten met ernstige cognitieve klachten of een trage informatieverwerking twee keer zo veel kans hebben om zes jaar later werkloos te zijn. Dit effect staat los van eventuele lichamelijke beperkingen.
Volgens De Leeuw is werk een belangrijke factor voor herstel en zingeving. Tijdige herkenning en erkenning van cognitieve klachten is daarom essentieel. Schellekens pleit daarom voor structurele screening na een herseninfarct, zodat problemen vroeg worden gesignaleerd en beter kan worden onderzocht welke behandelingen effectief zijn. Dat kan bijdragen aan betere begeleiding en behoud van maatschappelijke deelname.