De donor, de broer van de zogenoemde “Oslo-patiënt”, bleek een zeldzaam gen te dragen dat voorkomt dat het hiv-virus cellen infecteert. Bij controle bleek jaren later dat het hiv-virus nagenoeg niet meer vindbaar was in monsters, zogenoemde hiv-remissie. De man was inmiddels al gestopt met het nemen van medicatie tegen zijn hiv.
Hiv-remissie
Opvallend genoeg had de stamceltransplantatie weinig van doen met de hiv-infectie van de man. De “Oslo-patiënt” kreeg de behandeling van een ongerelateerde, maar gevaarlijke vorm van bloedkanker. Toen daarvoor geen donor gevonden kon worden, werd gekozen voor de broer. Op de dag van de behandeling bleek die het zeldzame gen te dragen. De man zelf omschreef zijn behandeling als het “tweemaal winnen van de loterij”.
Hoewel het geen unicum is, geldt hiv-remissie door een vergelijkbare transplantatie als zeer zeldzaam. (ANP)