De ouderenzorg staat onder druk met minder zorgmedewerkers, meer ouderen, complexere zorgvragen. En ondertussen moeten we de ouderenzorg passend en betaalbaar houden. Met het Aanvullend Zorg- en Welzijn Akkoord (AZWA) en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) gaat er daarbij echt iets schuiven. De akkoorden zijn geen tijdelijke maatregelen – ze markeren het begin van een permanent proces van regionale co-creatie.
Als strategisch ondersteuner bij kennisorganisatie Vilans zie ik van dichtbij hoe deze akkoorden de zorgwereld op zijn kop zetten. Samen met mijn collega’s van het programma RegioKracht van Vilans ondersteun ik 34 overlegtafels in de VVT-sector bij hun opdracht de ouderenzorg toegankelijk te houden. Nu het AZWA en het HLO zijn gesloten, is dat urgenter dan ooit.
Nieuw speelveld voor ouderenzorg
Waarom moesten deze nieuwe akkoorden er eigenlijk komen, naast het Integraal Zorgakkoord (IZA) dat we al hadden? Het IZA legde vooral de basis: meer samenwerking tussen ziekenhuizen, huisartsen en wijkverpleging, en verschuiving van de zorg naar het welzijnsdomein. Het AZWA en HLO bouwen daarop voort én scherpen de koers flink aan.
Het AZWA richt zich daarbij op de aansluiting tussen zorg, welzijn en burgers. Het HLO pakt door op thema’s als wonen, mantelzorg en langdurige zorg. De boodschap is helder: we moeten veel meer samen optrekken in de regio, over de grenzen van organisaties en domeinen heen. Want de problemen van ouderen zijn niet alleen medisch, ze gaan ook over eenzaamheid, wonen en participatie.
Van verpleeghuis naar huiskamer
Het AZWA en HLO hebben daarbij twee belangrijke gevolgen. De eerste is dat er een verschuiving is van traditionele verpleeghuiszorg naar meer zorg en ondersteuning thuis. Dat klinkt logisch, maar de impact is enorm. Voor veel organisaties was vastgoed jarenlang het stevige fundament. Nu verschuift de zorg naar de huiskamer en daarmee verschuift ook het businessmodel. Plotseling moeten we nadenken over logistiek, ICT, communicatie en samenwerking met mantelzorgers. En ja, dat is minder efficiënt dan één groot verpleeghuis. Maar het is wél wat nodig is om de zorg overeind te houden.
De kracht van regioplannen
De tweede belangrijke verandering is dat regioplannen centraal komen te staan. Zorgkantoren, verzekeraars en gemeenten moeten samen concrete plannen maken om zware, dure zorg te voorkomen. Zij krijgen een grote, regisserende rol. Voor de VVT-sector betekent dat: zorgen dat je goed aan tafel zit, samen bepalen wat je inbrengt aan de regionale tafels.
Die verbinding is cruciaal. Elke VVT-tafel maakt al een eigen visie, maar het is tijd om die visie te verbinden met het regiobeeld en het regioplan. Alleen dan krijgen we een samenhangende aanpak die werkt.
Samen sterker in de wijk
Wat daarbij steeds belangijker wordt, is de samenwerking tussen thuiszorg en wijkverpleging. Zij zijn de spil in het voorkomen van verpleeghuisopnames. De wijkverpleging emancipeert snel en is steeds vaker onderdeel van regionale eerstelijnsnetwerken. Nu moeten we de verbinding met de thuiszorg versterken. Dáár liggen de grootste kansen uit het AZWA en HLO.
Blijvende regionalisering
Met andere woorden: de akkoorden zijn geen tijdelijke maatregelen. Ze markeren het begin van blijvende regionalisering. Traditionele rollen verdwijnen. Succes hangt straks niet meer af van wie de grootste organisatie heeft, maar van wie het beste kan samenwerken, data kan delen en domeingrenzen overstijgen. Regionalisering krijgt (eindelijk) tanden.
Met het programma RegioKracht ondersteunen we regio’s daarbij, met analyses, kennis, tools en een flinke dosis kruisbestuiving. De beweging die is ingezet, vraagt om lef, samenwerking en vooral: nieuw denken. De vraag is niet meer of we moeten veranderen, maar hóe snel we het kunnen doen.
René van het Erve
Strategisch adviseur Vilans programma Regiokracht.
