© bymuratdeniz / Getty Images / iStock
Dat blijkt uit de voortgangsbrief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer over een voorgenomen aanpassing van de Jeugdwet met het wetsvoorstel reikwijdte Jeugdzorg.
In het voorstel, dat op dit moment wordt opgesteld samen met betrokken partijen, staat dat straks iedere gemeente een lokaal team moet hebben. Bewoners kunnen daar terecht met opvoedvragen en vragen over mentale gezondheid. Het is ook de bedoeling dat de teams een vorm van ‘basis jeugdzorg’ kunnen geven. Zodat kinderen en jongeren minder vaak doorverwezen hoeven worden naar de jeugd-ggz of andere specialistische zorg.
Passende jeugdzorg
Een andere taak van de lokale teams is dat ze nauw moeten samenwerken met het sociaal domein. Het ministerie constateert dat veel kinderen en jongeren onnodig vaak terechtkomen in individuele jeugdzorgtrajecten. Vaak is dat te voorkomen door onderliggende problemen aan te pakken. Dan gaat het bijvoorbeeld om verslavingsproblematiek of schulden bij ouders. Ook moeten de teams in nauw contact staan met zowel het regulier als het speciaal onderwijs.
De teams krijgen ook, in overleg met zorgverleners als huisartsen, een taak bij het doorverwijzen naar de specialistische jeugdzorg. Behalve dat de toestroom naar de specialistische jeugdzorg zo beperkt moet worden, wil het Rijk ook dat de gemeente afspraken maakt met zorgaanbieders om de trajectduur van behandelingen te verkorten. De gemiddelde trajectduur van jeugdhulp zonder verblijf is in tien jaar tijd toegenomen van 297 naar 403 dagen.
Over de precieze samenstelling van de teams, die per gemeente verschilt, wordt in de brief niet gerept. Maar meestal bestaat een team onder meer uit maatschappelijk werkers, pedagogen en eventueel gedragswetenschappers en jeugdconsulenten.
In september heeft de staatssecretaris 728 miljoen euro beschikbaar gesteld om dit beleid vorm te geven. Dat bedrag komt volgens de staat bovenop 3 miljard euro die werd toegezegd in de voorjaarsnota.
Minder kinderen in gesloten inrichtingen
In de brief besteedt Tielen apart aandacht aan kinderen in gesloten inrichtingen. Op 1 oktober 2025 verbleven 405 jongeren in een gesloten inrichting. Dat is weliswaar 10 procent minder dan in 2024, maar het streven is dat er in 2030 in principe geen kinderen in een gesloten inrichting hoeven te worden geplaatst. In gevallen waar een vorm van vrijheidsbeperking toch noodzakelijk is, moet dit door middel van ambulante hulp aan huis. Of in kleinschalige woonvormen met begeleiding, ofwel ‘vrijheidsbeperking in de open residentiële setting’.

Dit document:
* legitimeert beperking van toegang tot zorg,
* gebruikt pedagogische taal voor budgettaire economische doelen,
* past volledig in het post-marktwerkingsmodel van de Nederlandse zorg,
* verschuift zorg van een recht naar een bestuurlijk toegekende ‘voorziening’ .
Een herordening van het begrip ‘schaarste’ is misschien niet de allerbeste manier om dit levensgrote probleem op te lossen?