Alleen patiënten die deze middelen langer dan zes maanden aaneengesloten nodig hebben, behouden recht op vergoeding uit het basispakket. Voor kortdurend of seizoensgebonden gebruik, zoals bij hooikoorts, moeten patiënten de kosten zelf dragen.
Vergoeding voor 1,5 miljoen Nederlanders
In 2023 ontvingen bijna 1,5 miljoen Nederlanders een vergoeding voor middelen tegen onder meer hooikoorts, huisstofmijt, en galbulten. De maatschappelijke kosten hiervan bedroegen in totaal 55 miljoen euro. Bij ruim een miljoen gebruikers, twee derde van het totaal, ging het echter om gebruik korter dan een halfjaar. Daarmee kregen zij deze medicatie buiten de geldende regels om vergoed.
Het Zorginstituut concludeert dat vrij verkrijgbare medicijnen voor kortdurende klachten geen “noodzakelijk te verzekeren zorg” zijn. De ziektelast en de kosten, die neerkomen op gemiddeld 37,25 europer gebruiker per jaar, zijn voor deze groep relatief laag. Bestuursvoorzitter Mark Janssen benadrukt dat strikte naleving van de regels essentieel is om stijgende premies te voorkomen en budget vrij te houden voor zwaardere, noodzakelijke zorg.
Helder communiceren
Het instituut roept huisartsen en apothekers op de voorwaarden scherper toe te passen en dit helder naar patiënten te communiceren. Zorgverzekeraars krijgen daarnaast de expliciete taak om op deze naleving te controleren. Omdat het vooraf inschatten van de behandelduur in de praktijk lastig kan zijn, gaat het Zorginstituut in gesprek met zorgverleners om hen hierbij te ondersteunen. In 2028 volgt een evaluatie om te toetsen of de handhaving is verbeterd.
