Nederland telt zeven netwerken oncologische zorg waarin ziekenhuizen binnen een regio samenwerken. Dat is belangrijk om kwalitatief goede en toekomstbestendige zorg te bieden.
Vooruitgang
De regionale samenwerking heeft de afgelopen jaren wel degelijk vooruitgang gebracht. Met name op het gebied van diagnostiek en het opstellen van behandelplannen zijn stappen gezet. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat er in het zorgproces voor patiënten veel te verbeteren valt. “De zorg is in de verschillende ziekenhuizen anders ingericht”, zegt Jan Hobbelen, directeur van Stichting Darmkanker. “Dat heeft gevolgen voor de patiënt. Mensen krijgen bijvoorbeeld niet in ieder ziekenhuis dezelfde begeleiding en informatie over behandelmogelijkheden en de gevolgen daarvan.”
Ook de uitwisseling van patiëntgegevens tussen ziekenhuizen laat te wensen over. Patiënten die in meerdere ziekenhuizen worden behandeld, merken dat hun dossier niet automatisch wordt gedeeld. “Dat moet echt beter,” zegt Hobbelen. “Patiënten moeten eenvoudig toegang hebben tot hun eigen dossier en dit kunnen delen met alle betrokken zorgverleners. Dat geeft overzicht én grip. Hoewel veel ziekenhuizen een eigen patiëntenportaal hebben, ontbreekt een gezamenlijke omgeving op netwerkniveau.”
Herstel en nazorg
Tot slot is vooral op het gebied van nazorg veel ruimte voor verbetering. “Begeleiding in herstel en nazorg is niet goed geregeld in Nederland. De patiënt wordt te vaak aan zijn lot overgelaten,” zegt Hobbelen. Dat is nijpend. “Twee derde van de (ex-)kankerpatiënten heeft dagelijks last van de gevolgen van ziekte en de behandelingen. Vermoeidheid, de mentale impact van de behandeling en de fysieke beperkingen hebben enorm veel invloed. Bijvoorbeeld op het sociale leven, relaties, werk en inkomen.”