© Aaron Amat / stock.adobe.com
Dat is anderhalve maand na afloop van de termijn die door de rechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven is gesteld.
Proces
De NZa heeft haar handelwijze laten weten aan de huisartsenverenigingen die hierover een proces aan hadden gespannen dat door de huisartsen werd gewonnen. Nu zijn de huisartsen boos en noemen het besluit van de NZa ‘eenzijdig’. Bovendien moeten de huisartsen nu langer wachten op mogelijk aangepaste tarieven. Zelf zegt de NZa erover tegen Skipr: “De extra tijd is nodig om zorgvuldig onderzoek te doen en voorstellen van huisartsen te beoordelen om zo te komen tot een goed onderbouwd besluit.”
Dit zou veelvuldig in de overleggen met de huisartsenpartijen aan de orde zijn geweest.
Niet conform de reactietermijn
De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), De Bevlogen Huisartsen (DBH) en de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VPH) stellen nu dat de NZa zich niet aan de uitspraak van de rechter houdt. Dat klopt, want de rechter heeft de NZa op 18 november 2025 opgedragen om binnen zes maanden met een nieuwe beslissing te komen aangaande de huisartsentarieven 2023, 2024 en 2025. Dit betekent dat de NZa voor vandaag, 18 mei, had moeten beslissen. Als de NZa de tarievenbesluiten pas op 30 juni aanstaande bekendmaakt, is de NZa anderhalve maand te laat.
Totdat de herbeoordeling heeft plaatsgevonden en de NZa nieuwe tariefbeschikkingen heeft vastgesteld, blijven de oude tariefbeschikkingen voor 2023, 2024 en 2025 gelden.
Huisartsen boos
Huisartsenverenigingen LHV, DBH en VPH betichten de NZa van onzorgvuldig handelen en stellen dat de NZa de uitspraak van de rechter ten onrechte eenzijdig oprekt. Het steekt de huisartsen dat zij er alles aan hebben gedaan om steeds op heel korte termijn input te geven. Dit uitstel is volgens hen niet nodig.
Uitstel
Desgevraagd wil de LHV alleen nog kwijt door de NZa zowel formeel als informeel op de hoogte te zijn gesteld van het uitstel. Een woordvoerder zegt: “De NZa is in dit proces in de lead en wij als huisartsenpartijen hebben weinig mogelijkheden om daar iets tegen te doen dat daadwerkelijk impact heeft. Omdat we nog in een lopend proces zitten doen we daar verder geen uitspraken over.”
Uitspraak rechter
In de uitspraak van 18 november vorig jaar, concludeerde het College dat de tarieven voor huisartsenzorg over 2023, 2024 en 2025 door de NZa te laag zijn ingeschat. Daarop kreeg de NZa opdracht om binnen zes maanden na deze uitspraak opnieuw op de bezwaren van de huisartsen te beslissen. Specifiek: de NZa moest de herbeoordeling van de huisvestingskosten, vaststelling van de NAC voor de functie van de praktijkhoudend huisarts en toerekening van de NAC in nauw overleg met de huisartsenorganisaties uitvoeren, waarbij de NZa constructieve voorstellen van de huisartsen in serieuze overweging moest nemen.
CBb
Een woordvoerder van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) laat weten niet te zijn ingelicht door de partijen in deze rechtszaak. Het College weet niet of er gesprekken lopen tussen de partijen. In het algemeen is het zo dat een zaak na de uitspraak voor het CBb is afgedaan. Uitspraken van het CBb zijn bindend.
Antwoorden NZa
Skipr heeft de NZa om een reactie gevraagd die hieronder is te lezen. Voor de volledigheid zijn de antwoorden integraal weergegeven.
Hoe is het uitstel van de definitieve tariefstelling gecommuniceerd door de NZa aan de LHV, DBH en VPH?
“Het klopt dat wij het herziene tarievenbesluiten voor de huisartsenzorg niet half mei, maar op 30 juni 2026 publiceren. Dit is veelvuldig aan de orde geweest in de gesprekken met LHV, DBH, VPH, Patiëntenfederatie Nederland, Zorgverzekeraars Nederland en InEen. De extra tijd is nodig om zorgvuldig onderzoek te doen en voorstellen van huisartsen te beoordelen om zo te komen tot een goed onderbouwd besluit.”
Wat is precies het probleem en waarom kon dit niet binnen zes maanden?
“Het CBb heeft ons opgedragen op een aantal tariefonderdelen een herbeoordeling te doen. Dit is een omvangrijke en complexe opdracht die wij zeer serieus nemen. De extra tijd is nodig om zorgvuldig onderzoek te doen en voorstellen van huisartsen te beoordelen om zo te komen tot een goed onderbouwd besluit. Deze tijd hebben we benut en gaan we benutten om het goede gesprek met huisartsen te voeren. We vinden het belangrijk om de inbreng van de huisartsen goed te wegen op de verschillende onderdelen van het traject.”
Wat heeft de NZa nu precies gestuurd aan de huisartsenpartijen?
“De LHV, VPH en DBH hebben – vertrouwelijk – een concept eindrapportage van het herbeoordelingstraject van ons ontvangen. Dit hebben we in vertrouwelijkheid gedeeld, en delen we niet met derden omdat er nog relevante gegevens en voorstellen beoordeeld moeten worden. Zo hebben de huisartsen de tijd om hun bezwaargronden aan te vullen en hebben wij de ruimte om hun bezwaargronden mee te wegen in ons definitieve besluit op 30 juni. Op 30 juni publiceren wij de definitieve tarieven voor de huisartsenzorg en de daarbij horende regelgeving.”
Voldoet dit aan de opdracht in de uitspraak van het CBb?
“Het CBb heeft eerder aangegeven dat de NZa de huisartsentarieven voor 2023, 2024 en 2025 op twee onderdelen onvoldoende heeft onderbouwd als kostendekkend. De NZa moet twee onderdelen van de tarieven opnieuw beoordelen en waar nodig aanpassen. Het gaat daarbij om de huisvestingskosten en arbeidskosten van de praktijkhoudend huisarts, de zogeheten normatieve arbeidskostencomponent. Om te voldoen aan de uitspraak van het CBb is extra tijd nodig om zorgvuldig onderzoek te doen en voorstellen van huisartsen te beoordelen om zo te komen tot een goed onderbouwd besluit. Deze tijd hebben we benut en gaan we benutten om het goede gesprek met huisartsen te voeren. We vinden het belangrijk om de inbreng van de huisartsen goed te wegen op de verschillende onderdelen van het traject. Daarom publiceren we ons definitieve besluit nu op 30 juni.”
Waarom houdt de NZa zich niet aan de uitspraak van de rechter?
“Om te voldoen aan de uitspraak van het CBb is extra tijd nodig om zorgvuldig onderzoek te doen en voorstellen van huisartsen te beoordelen om zo te komen tot een goed onderbouwd besluit. Daarnaast geeft het de tijd aan huisartsen om hun bezwaargronden aan te vullen en ons de ruimte om hun bezwaargronden mee te wegen in ons definitieve besluit op 30 juni. Daarom publiceren we ons definitieve besluit nu op 30 juni.”
Is er overleg of contact geweest tussen NZa en CBb?
“We hebben het CBb geïnformeerd over de datum waarop we het besluit gaan nemen.”

