Uit het onderzoek blijkt dat 88 procent gelooft dat artsen andere routes bewandelen dan reguliere patiënten. Een vijfde oefent direct invloed uit op de keuze voor een specifieke medisch specialist. Zij baseren deze keuze niet op openbare kwaliteitsdata, maar op eigen werkervaringen, reputatie of aanbevelingen van directe collega’s.
‘Kleine voordelen’
“Elke beroepsgroep heeft kleine voordelen, waarom zou dat dan voor artsen niet mogen gelden?”, geeft een huisarts aan in het onderzoek. Een chirurg schrijft:“Ik vergelijk het met de bouw; ook daar doet de tegelzetter sneller een klusje voor een bevriende elektricien.”
Wanneer artsen proberen een eigen behandeltraject of dat van familie te versnellen, slaagt dit in ruim 90 procent van de gevallen. Over deze praktijk heerst verdeeldheid. Een derde beschouwt de snellere toegang als een acceptabele secundaire arbeidsvoorwaarde, mede omdat snellere behandeling langdurige uitval op de werkvloer voorkomt. Ruim een derde noemt deze voorrangspositie echter onethisch en oneerlijk tegenover reguliere patiënten.
Tot slot signaleert een meerderheid van de ondervraagde artsen kwaliteitsverschillen binnen de eigen beroepsgroep. Deze verschillen zitten volgens de medici doorgaans niet op medisch-inhoudelijk vlak, maar uiten zich voornamelijk in de communicatie en het empathisch vermogen van behandelaars.
