© andrey_orlov / stock.adobe.com
Sterk houdt hierbij rekening met het arbeidsmarkttekort en zal niet drastisch snoeien in de subsidieregelingen, maar stapsgewijs het instrumentarium voor opleiden heroverwegen.
Eigen middelen
Ze begint bij de middelen waar in het Aanvullend Zorg en Welzijnakkoord (AZWA) afspraken over zijn gemaakt: de middelen voor scholing en opleiden in de medisch-specialistische sector (msz) en in de wijkverpleging en de aanvullende middelen die beschikbaar worden gesteld voor opleiding en scholing daar waar de tekorten het grootst zijn (buiten het ziekenhuis).
“Het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor de reguliere bij- en nascholingsactiviteiten geheel (terug) bij de werkgevers wordt gelegd en dat deze activiteiten bekostigd moeten worden vanuit de eigen middelen van zorginstellingen”, aldus Sterk.
Stagefonds niet doeltreffend
“Voor wat betreft de strategische opleidingsactiviteiten, zoals de middelen voor tekort-sectoren, overweeg ik een instrumentarium dat past bij een zorgbrede aanpak waarbij de uitvoering komt te liggen bij de gezamenlijke werkgevers. Ik informeer de Kamer na de zomer nader over de uitkomsten van dit traject.”
Sterk reageert op een onderzoek van SEO Onderzoek. Het onderzoeksbureau bekeek de periode van 2016 tot 2024 en concludeert dat bij veel opleidingsregelingen een harde effectmeting ontbreekt. Hierdoor is het lastig om de doeltreffendheid vast te stellen. Zo wordt van het Stagefonds bijvoorbeeld geconcludeerd dat het zeer waarschijnlijk niet doeltreffend is. De meeste subsidies zouden slecht scoren door administratieve lasten. Een regeling die wel positief werd beoordeeld is de Instellingssubsidie Capaciteitsorgaan.
Bezuiniging
De nieuwe koers hangt ook samen met een aanstaande bezuiniging. In het coalitieakkoord is reeds vastgelegd dat de beschikbaarheidsbijdrage voor medisch specialistische vervolgopleidingen vanaf 2029 structureel met 110 miljoen euro per jaar wordt verlaagd.
Eerder waarschuwde ’s Heeren Loo-bestuurder Ageeth Ouwehand juist voor het schrappen van onder meer het Stagefonds. De subsidieregelingen maken het mogelijk dat de ghz-organisatie honderden zij-instromers en stagiairs extra kan opleiden. “Dit is de backbone van de zorg. Je kunt robots en allerlei innovaties hebben, maar de backbone blijft menselijk”, vertelde ze een jaar geleden.


Minister Sterk wil bij- en nascholing uit VWS budget schrappen en overlaten aan beleid en budget van zorginstellingen zelf! Genoemd wordt ook het stagefonds.
Nu is praktijkstage vanuit het basis- en specialistische beroepsonderwijs een verplicht onderdeel van dat onderwijs. ( dus geen bijscholing of nascholing! ). Eerder pleitte ik al voor de bekostiging hiervan ( en de stagebegeleiding ) te verplaatsen naar de betreffende onderwijsinstellingen en hun O&W budgetten.
De basis- en specialistische beroepsopleidingen in de verpleegkunde ( o.a. verzorgende IG, verpleegkundige, verpleegkundig specialist AGZ en verpleegkundig specialist GGZ ) behoren geheel ( schoolkennis én praktijkonderwijs ) uit het O&W budget bekostigd te worden, evenals de opleidingen tot bevoegd „praktijk- en vakdocent“. Ook de extra tijd die door begeleiding van studenten en dus hun „boventallige“ stage betreffend dient voor verantwoording en rekening van O&W te komen, c.q. blijven! Het is dus een kwestie van overheveling en geen bezuiniging, toch?
Bovenstaande reactie betreft het beroepsonderwijs in de zorg en betreffend praktijkonderwijs ( stage ). De minister noemt „bijscholing“ en „nascholing“ in één adem. Nu is in de wet BIG de betreffende zorgprofessional verplicht om bij „herregistratie“ ( iedere vijf jaar ) te doen toetsen of deze op het terrein van dat wettelijk erkend beroep „nog steeds bekwaam“ is en dus „bevoegd“ mag blijven en her BEROEP uit te oefenen en zich dus als zodanig mag verhuren ( als zzp of in loondienst ). Dat gaat dus over de eisen van het BEROEP !!! Vanzelfsprekend dienen kosten van herregistratie te behoren tot onderdeel van het inkomen in dat beroep.
Iets anders is „nascholing“, want dat is vaak noodzakelijk om in lokale of branche gebonden FUNCTIES bekwaam te kunnen gaan functioneren, ofschoon dit ook in algemene zin tot de breedte van het beroep behoort. Ook kunnen dit „aspecten van een FUNCTIE“ betreffen, die in die zorgorganisatie geclusterd zijn in bepaalde functies. Bijvoorbeeld het uitoefenen van het beroep in een OK of thuis (wijk, spv) of als militair enz. Daartoe dient dan na-scholing, die organisatie/branchegebonden is en dus ook aldaar bekostigd kan worden.