ING komt tot deze cijfers op basis van expertinterviews en een analyse van 35 wetenschappelijke studies. Volgens experts is ongeveer de helft van de totale ziekenhuiszorg geschikt voor een hybride invulling. Dit varieert van de monitoring van chronische aandoeningen zoals COPD en diabetes tot kortstondige nazorgtrajecten na chirurgische ingrepen. Naar schatting de helft van de patiënten zou hier gebruik van willen maken.
Deel van de oplossing
Uit de wetenschappelijke studies blijkt dat door thuismonitoring het aantal ziekenhuisopnames met gemiddeld 50 procent en het aantal consulten met 35 procent kunnen dalen. Dit zou 350.000 minder ziekenhuisopnames en 500.000 minder consulten betekenen. Voor de hele EU loopt die potentiële besparing op tot 6,5 miljoen opnames en 23 miljoen consulten.
Sectorbanker Healthcare Jan Willem Spijkman van ING merkt op dat hier een concreet deel van oplossing voor personeelstekorten ligt. “De techniek werkt en de voordelen zijn bewezen. Wat ontbreekt, is de stap van losse initiatieven naar landelijke standaard. Zolang die uitblijft, laten we capaciteit liggen die de zorg hard nodig heeft.”
Stroomversnelling
De markt voor digitale zorg bevindt zich momenteel in een stroomversnelling, aldus ING. In 2024 maakten naar schatting 80.000 patiënten gebruik van thuismonitoring, een verdubbeling ten opzichte van begin 2023. In 2025 zette ruim een kwart van de medisch-specialisten en verpleegkundigen de technologie in bij gemiddeld 22 procent van hun patiëntenpopulatie. Indien deze trend doorzet, zal Nederland nog in 2026 de grens van 150.000 actieve thuismonitoring-patiënten passeren.
Om de stap van succesvolle regionale initiatieven naar een dekkende landelijke standaard te zetten, moeten er volgens de analisten van ING Research drie structurele barrières worden beslecht. Ten eerste ontbreekt het aan sterke centrale regie om uniforme standaarden en hybride zorgpaden breed af te dwingen. Nu richten ziekenhuizen nog te vaak afzonderlijk hun digitale processen in.
Perverse prikkel
Ten tweede vormt de huidige bekostigingsstructuur een perverse prikkel. Ziekenhuizen worden vaak nog beloond op basis van productie (het aantal fysieke behandelingen en consulten), waardoor investeringen in digitale zorg die leiden tot minder opnames, financieel nadelig kunnen uitpakken. Een herziening van de omzetprikkels is noodzakelijk. Ten derde blijft de digitale gegevensuitwisseling in de keten stroef verlopen. Zorgverleners hebben dikwijls geen directe, soepele toegang tot een actueel en integraal patiëntbeeld.
De overheid probeert dit momentum te ondersteunen door voor de jaren 2027 en 2028 nog eens 600 miljoen euro aan extra ‘doorbraakmiddelen’ uit te trekken voor digitale zorgvernieuwing.

Het rapport van ING, zoals hier gepresenteerd, is een illustratief voorbeeld van hoe marktdenken de beleidsdiscussie in de zorg domineert.
De belofte dat thuismonitoring structureel de zorg ontlast klinkt bestuurlijk aantrekkelijk, maar een kritische blik op de klinische en structurele realiteit laat een ander beeld zien. Er worden in deze analyse vier fundamentele denkfouten gemaakt.
1. De illusie van substitutie en de verschuiving van werkdruk
Het rapport gaat er impliciet van uit dat digitale monitoring de zorgvraag reduceert. De realiteit van decennia in de huisartsenpraktijk leert echter dat technologie zelden puur vervangend werkt; het is additief. Thuismonitoring genereert een continue stroom aan data (en onvermijdelijk: valspositieven) die geduid moet worden.
Wanneer het ziekenhuis patiënten met complexe of chronische aandoeningen ‘op afstand’ volgt, verplaatst de resulterende onrust en de acute zorgvraag bij afwijkende metingen zich in de praktijk vrijwel direct naar de eerste lijn.
We besparen dus echt geen capaciteit, we schuiven simpelweg de druk over de schutting.
2. De roep om standaardisatie voedt de vinkjescultuur
De bankiers bepleiten ‘sterke centrale regie’ om ‘hybride zorgpaden breed af te dwingen’. Dit is de taal van het spreadsheet, niet van de spreekkamer.
Het dwingt complexe, individuele patiëntenzorg in rigide, uniforme digitale protocollen. In plaats van het verlichten van de regeldruk, creëert dit een nieuwe administratieve laag waarin de arts primair het algoritme bedient.
En dit wurgt de professionele autonomie en voedt exact de vinkjescultuur die de sector nu al verlamt. Dertig tot veertig procent van de tijd NIET patientgerelateerd. Bronnen te over.
3. Symptoom- in plaats van systeembestrijding
ING legt weliswaar terecht de vinger op een pijnlijke, perverse prikkel: de productiegedreven bekostiging van ziekenhuizen.
Maar in plaats van te pleiten voor een fundamentele herziening van de manier waarop we zorg waarderen — weg van het volume — presenteert men een technologische ‘ fix’ die toevallig perfect aansluit bij de investeringsagenda’s van de med-tech sector.
Het is oplossingsgericht marktdenken om een door de markt gecreëerd probleem te bestrijden.
4. De blinde vlek van de vakjournalistiek
Tot slot dwingt deze publicatie tot een milde, maar noodzakelijke reflectie op de rol van de vakpers.
Het is opmerkelijk hoe de ronkende vergezichten van een financiële instelling hier zonder noemenswaardige redactionele frictie of wederhoor vanuit de klinische praktijk worden overgenomen.
Wanneer beweringen over een halvering van het aantal ziekenhuisopnames niet worden getoetst door onafhankelijke artsen, wetenschappers of zorgverleners, fungeert de journalistiek helaas onbedoeld (?) als doorgeefluik voor bedrijfsbelangen.
Een platform voor beslissers in de zorg zou juist díé kritische filter moeten zijn.
Wanneer we de inrichting van onze zorg laten dicteren door de extrapolaties van een grote bank, en de vakpers dit kritiekloos faciliteert, verliezen we de kern van het medisch handelen uit het oog.
Beleid moet gebouwd worden op onafhankelijke, wetenschappelijk gevalideerde langetermijnuitkomsten, niet op de pr-gedreven vergezichten van financiële instituties en hun kritiekloze loopjongens.
Wij hebben experts geïnterviewd, waaronder een groot topklinisch ziekenhuis met de volgende bevindingen:
– Daar kunnen ze de zorgvraag niet aan.
– Daar hebben ze een enorm tekort aan personeel.
– Daar zijn 30 zorgpaden hybride gemaakt.
– Daar zijn 30.000 patiënten in de thuismonitoring.
Hybride zorg geeft ruimte aan de zorgprofessionals om aandacht te besteden aan de patiënten met een zwaardere zorgvraag.
Veel patiënten hebben aangegeven het prettig te vinden om zowel de voorbereiding als de nazorg van een behandeling thuis te doen i.p.v. in het ziekenhuis. In plaats van 6x naar het ziekenhuis te moeten gaan is dit teruggebracht naar 1 à 2 keer voor bepaalde zorgpaden, namelijk voor de daadwerkelijke ingreep.
Verder zijn de metingen voor chronische patiënten die thuis worden gedaan veelvuldiger en betrouwebaarder dan die 4 consulten per jaar op de poli.
En kijk naar de voorbeelden in Europa (met name VK, NHS) en daarbuiten (Saudi Arabië), waar hybride ziekenhuiszorg veel verder is dan in NL.
https://www.weforum.org/videos/this-is-the-biggest-virtual-hospital-in-the-world/
Dit artikel laat zien hoe ingrijpend de zorg is veranderd sinds de invoering van de marktwerking. Vroeger ging het in discussies over zorg vooral over patiënten, artsen, verpleegkundigen en kwaliteit van zorg. Tegenwoordig lezen we analyses van banken, rapporten van zorgeconomen, productiecijfers, verdienmodellen en besparingspotentieel.
Zelfs de taal is veranderd. Een patiënt wordt een zorggebruiker. Een behandeling wordt een product. Een ziekenhuisopname wordt een kostenpost. Zorg wordt niet langer primair bekeken vanuit menselijke behoeften, maar vanuit economische efficiëntie.
Het is veelzeggend dat een bank berekent hoeveel ziekenhuisopnames kunnen worden voorkomen en hoeveel consulten kunnen verdwijnen. Natuurlijk kan technologie nuttig zijn en natuurlijk moeten we verstandig omgaan met schaarse middelen. Maar waarom horen we steeds vaker zorgeconomen, beleidsadviseurs, accountants en banken, terwijl artsen, verpleegkundigen en patiënten zelf steeds minder zichtbaar zijn in het publieke debat?
Twintig jaar marktwerking heeft een nieuwe werkelijkheid gecreëerd waarin financiële prikkels, productieafspraken en kostenbeheersing centraal staan. Zelfs in dit artikel wordt erkend dat ziekenhuizen financieel nadeel kunnen ondervinden van minder behandelingen en minder opnames. Dat is de paradox van een systeem waarin zorg steeds meer volgens economische principes is georganiseerd.
De vraag zou niet moeten zijn hoeveel zorg we kunnen wegbezuinigen, maar hoe we mensen zo goed mogelijk kunnen helpen. Zorg is geen markt. Een patiënt is geen verdienmodel. Een mens is geen kostenpost.
Misschien wordt het tijd dat we weer vaker luisteren naar de mensen aan het bed, in plaats van naar de mensen achter de spreadsheet.
Beste Koos, ik ben zelf MDL-patiënt. Vroeger moest ik heel vaak naar het ziekenhuis. Nu ga ik nog 1 x per jaar voor een endoscopie. Gelukkig zijn alle verdere handelingen en communicatie makkelijker geworden: gewoon bellen, de “Luscii IBD-app” en vooral de App “Beter Dichtbij” waarmee ik communiceer met de poli-assistente, de nurse practisioner en de MDL-arts. Daardoor is er meer ruimte voor de zorgprofessionals om aandacht te besteden aan de patiënten met een zwaardere zorgvraag. Het is niet alleen nodig dat we thuismonitoring grootschalig invoeren in Nederland het gebeurd al. En dat is niet de mening van de ING Bank. Dat is wat we opgehaald hebben in de zorgsector zelf. het huidige en toekomstige, nog grotere, personeelstekort em de toenemende zorgvraag zal moeten leiden naar een andere inrrichting van de medisch specialistische zorg. Dat om wachtlijsten en een zorginfarct te voorkomen. Leest u vooral de voordelen van thuismonitoring in ons rapport. En ja er zijn ook nadelen, die hebben we benoemd: Wetenschappelijk onderzoek, internationale praktijkvoorbeelden en onze interviews met experts laten zien dat de voordelen van thuismonitoring in toenemende mate opwegen tegen de nadelen. Dat komt mede doordat implementaties doorgaans zorgvuldig plaatsvinden, met nadrukkelijke aandacht voor de impact op zowel patiënten als organisatie. Verschillende voordelen zijn stevig wetenschappelijk onderbouwd. Zo blijkt uit een overzichtsstudie dat thuismonitoring bijdraagt aan een hogere patiëntveiligheid en betere therapietrouw. Ook zijn er positieve effecten op de mobiliteit van patiënten en hun vermogen om dagelijkse activiteiten uit te voeren (functionele status). Aan de zorgaanbiederkant verlaagt thuismonitoring het risico op ziekenhuisopnames en verkort het de gemiddelde opnameduur. Ook de patiënttevredenheid neemt per saldo toe: uit een peiling van Patiëntenfederatie Nederland blijkt dat 9 op de 10 patiënten positief is. Tot slot wijst een internationale studie erop dat wanneer patiënten in regio’s met beperkte zorgvoorzieningen dankzij thuismonitoring eerder naar huis kunnen, de totale (zorg- en reis)kosten gemiddeld met circa 27% dalen.
Dank, meneer Spijkman. Eén punt over uw verwijzing naar de NHS, want juist dat voorbeeld nuanceert de stelling dat de voordelen ‘bewezen’ zijn.
NHS England is pas in februari 2025 (!) begonnen met een eerste landelijke effectevaluatie van virtual wards, een tweejarig traject dat nog loopt. De regio-evaluatie die er al ligt, uit Zuidoost-Engeland, laat zien dat er gemiddeld 2,5 virtual-ward-opnames nodig waren om één acute opname te vermijden, en dat alleen de meest volgroeide trajecten het op 1-op-1 brachten. Diezelfde evaluatie noteert dat deze patiënten weliswaar minder bedden bezetten, terwijl ze tegelijk vaker thuismonitoring en zorg aan huis vergen.
Daar zit mijn kernpunt. Thuismonitoring haalt het werk niet uit de zorg, het verplaatst het. Er komt een ziekenhuisbed vrij, en elders ontstaat nieuw werk: meetgegevens die iemand moet beoordelen, telefoontjes, extra controles, en bij een afwijkende waarde een zorgvraag die in onze situatie vaak bij de huisarts terechtkomt. Wie alleen naar de vrijgekomen bedden kijkt, ziet maar de helft van de rekening.
Het systeem dat u als rolmodel aanvoert, laat die verschuiving zelf zien.