“Maar ik heb respect voor de mensen die zulke moeilijke beslissingen moesten nemen”, zei Eckenhausen. Ze wilde namens zichzelf of de inspectie niet ingaan op wat ze vond van het besluit. “Dat is niet aan mij.”
Eckenhausen zei dat de inspectie niet heeft gecontroleerd of het bezoekverbod wel streng werd gehandhaafd door verpleeghuizen. “We vertrouwden de professionals. Er moest ook ruimte zijn voor uitzonderingen als een patiënt op sterven lag. Het was niet aan ons om dat te handhaven. Wij zien toe op de kwaliteit van de zorg.”
Werkwijze drastisch veranderd
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) veranderde de werkwijze drastisch tijdens de coronacrisis. Volgens de voormalig ging de inspectie veel meer informatie telefonisch ophalen en deelde die dan weer met andere zorginstellingen en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Fysieke inspectiebezoeken werden minder uitgevoerd, zei Eckenhausen tijdens haar verhoor door de parlementaire enquêtecommissie corona. “Maar als wij een donkerbruin vermoeden hadden of als er signalen waren, dan gingen wij langs en grepen we ook gewoon nog in.” De inspectie wilde zorgprofessionals niet voor de voeten lopen met onnodige fysieke bezoeken.
De IGJ richtte belteams in die per sector informatie gingen ophalen en zorginstellingen vroegen waar het aan ontbrak. Zo kreeg de inspectie duidelijk hoe het ervoor stond in de zorg. “Dat kon per week en per sector enorm verschillen”, aldus Eckenhausen.
OMT-adviezen laat gedeeld
OMT-adviezen aan het kabinet kwamen tijdens de coronacrisis niet of pas heel laat bij het Bestuurlijk Afstemmingsoverleg (BAO). Volgens Eckenhausen was het daardoor niet mogelijk om de adviezen goed te toetsen op haalbaarheid en uitvoerbaarheid.
Tijdens haar verhoor door de parlementaire enquêtecommissie over de coronacrisis zei Eckenhausen dat ze de stukken soms pas een kwartier voor aanvang van het overleg kregen of zelfs helemaal niet. Het BAO moest de OMT-adviezen toetsen op uitvoerbaarheid voordat het kabinet de adviezen kreeg.
In de praktijk bleek vaak dat het OMT en het kabinet dicht op elkaar zaten en de stukken al bij het kabinet lagen en al gelekt waren. “Dan zat ik klaar voor het online-overleg en dan hoorde ik alles al op de radio”, zei Eckenhausen. “Wat hebben wij dan besproken? Wat is dan onze toegevoegde waarde?”, vroeg Eckenhausen zich af.
Eckenhausen en een andere hoofdinspecteur moesten dan in een kwartier alle plannen doornemen en konden er ook geen medewerkers bij betrekken, omdat er veel spanning op stond nadat plannen gelekt waren. “Wij hebben specialisten die hiernaar moeten kijken, dat kan ook heel snel, maar dat ging niet.”
Het is volgens haar goed dat de rol van het OMT en het BAO nu wordt geëvalueerd. “Maar tijdens de pandemie was er geen tijd om te discussiëren.”
“Als je zo’n instituut neerzet, dan horen er regels bij dat mensen voldoende tijd hebben om stukken tot zich te nemen”, zei de voormalig hoofdinspecteur curatieve gezondheidszorg.
Bredere blik
Eckenhausen drong er in juni 2020 bij zorgminister Hugo de Jonge op aan om de coronacrisis breder te bekijken. Volgens haar was er te veel aandacht voor het medische oogpunt. “Dat zeg ik met een medische achtergrond.”
“Het kan niet alleen de verantwoordelijkheid zijn van jou als minister van Volksgezondheid, het kleeft aan alles en iedereen en het beïnvloedt de hele samenleving in al zijn haarvaten”, herhaalde Eckenhausen haar woorden gericht aan De Jonge tegen de parlementaire enquêtecommissie corona. “Je hebt een veel bredere sociale, gedragskundige en economische politiek nodig om deze crisis met elkaar schouder aan schouder aan te pakken.”
“Een leerles voor een pandemie: het is per definitie geen zorgcrisis. Het is een samenlevingscrisis. Je hebt de hele samenleving nodig om een pandemie te bestrijden”, zei Eckenhausen. Ze opperde dat een dergelijke crisis eigenlijk een soort “oorlogskabinet” nodig heeft om te kijken naar alles wat nodig is. (ANP)