Blanker werkte met afdelingen Huisartsgeneeskunde van alle Nederlandse universiteiten samen in het GRIP3-project. Het project ontstond vanuit een landelijke samenwerking tussen de zeven Nederlandse afdelingen Huisartsgeneeskunde en het Nivel. Het doel was om COVID-19-onderzoek in de eerste lijn op te zetten. Dat was belangrijk, omdat veel patiënten gewoon thuis door de huisarts werden behandeld en dus nooit in het ziekenhuis terechtkwamen. Een individuele huisarts ziet misschien één patiënt met een vreemd klachtenpatroon en denkt daar niet direct iets van. Maar als je gegevens van duizenden patiënten samen analyseert, kun je ineens een patroon ontdekken.
Gefrustreerd
Ondanks het belang van dit onderzoek kwam het toch niet goed van de grond. Blanker: “Vooral de procedures kostten veel tijd. Voor de platform-trial wilden we patiënten vanuit het hele land snel kunnen includeren in onderzoek naar huisartsbehandelingen. Maar de medisch-ethische procedures waren ingericht op regulier onderzoek, niet op een pandemie waarin snelheid cruciaal is. Een ander groot probleem was bijvoorbeeld dat er aanvankelijk een fysieke handtekening nodig was voor toestemming van patiënten. Daardoor kon het dagen duren voordat iemand officieel aan een studie kon deelnemen. Tegen die tijd was de fase waarin behandeling zinvol was vaak al voorbij.”
Belangrijke symptomen van corona zoals reukverlies werden hierdoor in Nederland minder snel landelijk opgepikt in de eerste lijn. “In Engeland liep een vergelijkbare studie veel sneller, omdat daar de onderzoeksinfrastructuur al beter was ingericht. Uiteindelijk mochten we in Nederland wel overstappen op digitale toestemming via een videoverbinding met de patiënt, maar toen was de tweede golf eigenlijk alweer voorbij. Daardoor zijn er uiteindelijk geen patiënten geïncludeerd. Dat gold ook voor het onderzoek naar thuisbehandeling van COVID-patiënten. In de praktijk deden huisartsen dat soms al wel, bijvoorbeeld met zuurstof thuis. Dat mag gewoon, maar onderzoek daarnaar liep vast in ingewikkelde procedures en lokale verschillen tussen regio’s. Jammer, want daardoor konden we deze thuisbehandelingen niet in kaart brengen en evalueren.”
De belangrijkste les hiervan volgens Blanker is dat je tijdens een pandemie snel moet kunnen schakelen, óók in onderzoek.
