Bij het uitdelen van de vaccins kwamen ouderen en mensen met een kwetsbare gezondheid eerst aan de beurt. Ook het zorgpersoneel kwam vooraan in de rij. Er gingen ook stemmen op om onder meer politiemensen en leraren voorrang te geven, maar aan de meeste van die oproepen werd geen gehoor gegeven.
“Alles wat je compliceert, vertraagt. Als je tempo wil maken, dan houd je het graag simpel, zo min mogelijk subgroepjes.” Dat was ook de beleidsmakers duidelijk, zei Van Delden. Hij zei zich geen concrete verzoeken te herinneren om door te rekenen wat het voor de vaccinatiestrategie zou betekenen om wel meer groepen voorrang te geven.
Geen plan B
Voor het uitvoeren van de coronavaccinaties was geen plan B voorbereid, toen bleek dat de prikken niet door de huisarts gezet konden worden, zei van Delden. Voor de vaccinatiestrategie was volgens Van Delden “op één paard gewed”, namelijk door het net als bij de griepprik via de huisarts te laten plaatsvinden. Dat bleek op deze schaal logistiek niet mogelijk, waardoor er laat een “enorme draai” nodig was. “Dat is een zwakte gebleken”, aldus de oud-RIVM-vaccinatiedirecteur. De uitvoering kwam uiteindelijk bij de GGD te liggen.
Het meest gebruikte vaccin, dat van Pfizer, moest bij een temperatuur van -70 graden worden opgeslagen en mocht aanvankelijk na ontdooien maar een paar dagen in de koelkast worden bewaard. Dat lukte niet bij huisartsen.
Van Delden geeft toe dat Nederland “later dan landen om ons heen” begonnen is met de vaccinaties. “En dat was denk ik niet zo geweest als wij dit zo hadden voorbereid.”(ANP)