ACTUEEL

IGZ onderzoekt zorg voor mensen met beperking

De meeste mensen met een beperking kunnen leven zoals zij dat willen. Wel moeten zorgorganisaties het ondersteuningsplan van cliënten eenvoudiger maken. Dit concludeert de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in een onderzoek onder 38 organisaties die zorg bieden aan mensen met een beperking.

Om te weten te komen of zorgorganisaties goede zorg geven aan mensen met een beperking sprak de Inspectie met cliënten, ouders en/of familie en begeleiders. Het doel van deze gesprekken was om te kunnen achterhalen of cliënten het leven kunnen leiden zoals zij willen. De meesten zeggen dit inderdaad te kunnen.

Uit het onderzoek blijkt verder dat cliënten weten dat ze een ondersteuningsplan hebben. Maar vaak is het niet helemaal duidelijk dat het plan over hen gaat en wat er erin staat. De IGZ vindt dat zorgorganisaties hier meer aandacht aan moeten besteden en de plannen eenvoudiger en gemakkelijker te lezen moeten maken.

Vertrouwen

Volgens de Inspectie is vertrouwen tussen de cliënt en de begeleider belangrijk. Wanneer de cliënt de begeleiders vertrouwt, durft hij meer met hen te bespreken. Cliënten en begeleiders zeggen dat er steeds minder tijd is voor de gesprekjes tussendoor, omdat begeleiders steeds meer tijd kwijt zijn op kantoor met papierwerk. De inspectie vindt dat zorgaanbieders ervoor moeten zorgen dat er genoeg tijd is voor begeleiders om tussendoor gesprekjes met de cliënt te voeren.

De IGZ vindt dat zorgorganisaties (nog) meer aandacht moeten besteden aan het zo zelfstandig mogelijk maken van de cliënten. Dit kan bijvoorbeeld door cliënten te leren zelfstandig te reizen, zodat ze zelf meer vrienden kunnen maken en gemakkelijker vrienden of familie kunnen bezoeken. Ook mogen huisregels niet beperkend zijn.

Meer keuzevrijheid

Begeleiders vinden het belangrijk dat de cliënt zelf mag kiezen hoe hij of zij wil leven, bijvoorbeeld bij de keuze voor dagbesteding, hobby’s, het inrichten van de kamer en wat iemand wil eten 's avonds. Volgens de Inspectie willen begeleiders cliënten soms meer keuzevrijheid geven, maar ouders zijn wat voorzichtiger zijn.

De IGZ vindt het goed dat steeds gekeken wordt naar wat een cliënt wel kan of (nog) niet kan. "Belangrijk is dan wel om goed met hem of haar, de ouders en begeleiders te praten over de risico’s van keuzes die de cliënt maakt. En om altijd te kijken of dingen die de cliënt niet kan of mag op een andere manier opgelost kunnen worden."

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top