ACTUEEL

NVZ vereenvoudigt declaratieregels ziekenhuizen

NVZ vereenvoudigt declaratieregels ziekenhuizen

De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) heeft een plan gepresenteerd met versimpelde registratie-en declaratieregels. De nieuwe regels bieden duidelijkheid over wanneer een tweede zorgtraject gestart mag worden; zo mag voortaan de medisch specialist zelf de afweging maken of het openen van een extra DBC-zorgtraject gerechtvaardigd is.

De NVZ heeft sinds 2017 gewerkt aan de nieuwe parallelliteitregels, samen met Zorgverzekeraars Nederland (ZN), Nederlandse Federatie van Universitaire Medische Centra (NFU), Federatie Medisch Specialisten (FMS) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Dit deden zij binnen het traject 'Vereenvoudigen regelgeving MSZ'. Parallelle zorgtrajecten vormden hierbij de grootste uitdaging.

Overlap

Parallelliteitregels binnen de medisch specialistische zorg schrijven voor wanneer er twee of meer DBC's naast elkaar - dus parallel - geregistreerd mogen worden. Het gaat hierbij om DBC-zorgtrajecten die elkaar minimaal één kalenderdag overlappen. In de praktijk mag een specialist alleen een tweede DBC openen als er sprake is van een nieuwe zorgvraag, diagnosestelling, en behandeling. In de uitvoering lopen partijen tegen verschillende problemen aan. Dat blijkt uit de gezamenlijke werkgroep 'Vereenvoudigen regelgeving MSZ'.

Een voorbeeld van zo'n probleem is dat de huidige parallelliteitsregels niet goed aansluiten bij de praktijk van ziekenhuizen. Het begrip 'behandeling' bepaalt wat wel en niet is toegestaan in de parallelle registratie van DBC's. De betekenis van het begrip is echter niet altijd even duidelijk: wat is behandelen, betreft dit ook het voorschrijven van medicijnen?

Administratieve lasten

Een ander knelpunt is dat de huidige regels op meerdere manieren te interpreteren zijn en bovendien verschillend worden toegepast. Bijvoorbeeld bij multidisciplinaire behandeling, wanneer is er sprake van een eigen behandeling? Als je samen behandelt, kan dit dan gezien worden als een eigen behandeling? Een andere kwestie is dat de in parallelliteitsregels in de huidige vorm voor veel herstelwerk achteraf zorgen, en daarmee een onnodige administratieve last zijn.

Het nieuwe voorstel tracht deze en nog meer knelpunten weg te nemen. In hetzelfde document wordt uitgelegd wat het nieuwe voorstel precies inhoudt. Onder andere dat de medisch specialist zelf de afweging maakt of het openen van een extra DBC-zorgtraject gerechtvaardigd is. Met de nieuwe regels moet dit veel duidelijker worden. Ook worden de gehanteerde begrippen meer in lijn gebracht met de praktijk van de medische specialist. Daarnaast mag een tweede DBC binnen eenzelfde specialisme alleen geopend worden als er sprake is van een tweede zorgvraag, en separaat uit te voeren beleid ten aanzien van die tweede zorgvraag.

Verwarring

De NZa steunt het initiatief en neemt deel aan het traject. NZa-woordvoerder Eric Bloem: "Het uiteindelijke doel van dit traject is dat de regels simpeler en daarmee duidelijker worden. De verwarring onder zorgaanbieders over het wel of niet mogen starten van een tweede traject, vormde namelijk het grootste knelpunt. Daarnaast voorkomen de nieuwe regels zoveel mogelijk dubbele registraties."

Koen Venekamp, woordvoerder van ZN, onderschrijft deze visie: "Als zorgverzekeraars vinden we het geen goede zaak dat de huidige parallelliteitsregels onvoldoende aansluiten bij de praktijk. We vinden het bovendien een goede zaak dat de administratieve lasten voor zorgaanbieders en zorgverleners hiermee verminderen."

De NZa heeft de voorgestelde wijzigingen opgenomen in de regeling medische specialistische zorg voor 2020. De NVZ, ZN, NFU, en FMS werken de komende tijd nog een gezamenlijke registratiewijzer uit voor de eenduidige toepassing van de versimpelde regels. Deze wordt eind mei 2019 ter beschikking gesteld aan ziekenhuizen en zorgverzekeraars.

De nieuwe regels gelden per 1 januari 2020. Tot die tijd blijven de huidige regels van toepassing.

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Koos Dirkse

3 mei 2019

Men moet het gehele DBC-systeem aan de kant zetten. Het systeem is irreëel, fraudegevoelig en drijft de zorgkosten enorm op. De tarieven zijn niet berekend maar door het management bepaald. Van de diagnose is, bij meerwerk, eenvoudig af te wijken. Vergelijkingen met het buitenland, die veelal DRG’s gebruiken, zijn onmogelijk. Specificatie en duidelijke uitleg op de factuur is onmogelijk. De factuur aan de zorgverzekeraar wordt pas, na sluiting van de DBC, vaak pas na een jaar verstuurd. Er is een enorme hoeveelheid administratief personeel nodig om de DBC in goede banen te leiden. Bij bezoek bij een medische specialist / SEH-post wordt een DBC geopend. Vaak voor slechts één keer. Kosten: honderden euro’s!

Guus van Montfort

6 mei 2019

Out of de ( makkelijke ) box .

Het voorstel van de NVZ lost alleen iets op binnen het kader van de huidige
“ declaratie-systematiek “ . Het is een bewonderenswaardige poging, maar leidt niet tot een oplossing. Je loopt de kans dat het alleen maar ingewikkelder wordt. Ga uit van de werkelijkheid van de bekostiging , dat is namelijk dat we feitelijk een budget-systeem hebben en geen prestatie-bekostiging , met alleen maar DBC/DOT-verrekentarieven. Maak het budgetsysteem echter wel eenvoudiger ,door namelijk voor een ziekenhuis een totaal-budget voor alle zorgverzekeraars gezamenlijk af te sprekenoc.q. uit te onderhandelen( liefst ook nog meerjarig). Dus geen vier of vijf (deel)budgetten per ziekenhuis, want een ziekenhuis telt toch gewoon al die deelbudgetten gewoon op om tot een budget te komen voor het zorgbeleid en de daarop gebaseerde begroting. Ik ken geen enkel ziekenhuis die haar zorgbeleid, haar innovatie- en kwaliteitsbeleid differentieert naar individuele zorgverzekeraars. Wat wel gebeurt is een sturing op de volume-plafonds per zorgverzekeraar. ( wel volmaken , maar probeer overschrijding te voorkomen).
Om de vereenvoudiging echt in te zetten, stel ik voor dat de NZA landelijk uniform tarieven per DBC/DOT vaststelt. ( ook dat kan eenvoudig door b.v. het gemiddelde van de verrekentarieven van alle ziekenhuizen te berekenen). Voor verdere uitwerking en onderbouwing verwijs ik naar enkele blogs in Zorgvisie en naar een artikel in het komende mei-nummer van Zorgvisie.
Het bovenstaande geldt ook voor de discussie over het “ sneller inzicht “ krijgen in de kostenontwikkeling.( zie Zorgvisie). Die discussie is ook gebaseerd op een uitgangspunt dat alleen maar leidt tot ingewikkeldere berekeningen en formules.
Daarvoor zijn vrij eenvoudige oplossingen te vinden , die goed aansluiten hoe het werkelijk gaat met de bekostiging in de zorg. ( namelijk geen prestatiebekostiging maar budgettering).

Top