De zorg voor ouderen ontwikkelt zich razendsnel als antwoord op de veranderende zorgvraag. We werken met nieuwe en andere functies om meer recht te doen aan de feitelijke vraag van cliënten. Dit uit zich in het aanboren van een ander type medewerkers wat een groot opleidingsvraagstuk met zich meebrengt.
Verantwoordelijkheid van zorgwerkgevers
Tegelijkertijd worden opleidingen geconfronteerd met een tekort aan stageplaatsen. Juist nu zegt het kabinet dat de verantwoordelijkheid voor bij- en nascholing op termijn volledig bij zorgwerkgevers komt te liggen. Toch blijven de bijbehorende structurele keuzes in beleid en financiering uit.
Zorgorganisaties zien opleiden al jarenlang als een kerntaak. Praktijkleren en begeleiding kosten tijd, capaciteit en geld, maar daar staan nog altijd onvoldoende structurele en kostendekkende financiering tegenover. De gevolgen zijn zichtbaar in de praktijk. Zo laten opleidingen minder studenten toe vanwege een tekort aan stageplaatsen. Een recente uitzending van Nieuwsuur maakt opnieuw duidelijk dat dit geen incident is, maar het gevolg van politieke en financiële keuzes die al langer vooruit worden geschoven. Dat is onhoudbaar.
Niet houdbaar
Juist nu de sector alles op alles zet om nieuwe en een ander type zorgprofessionals aan te trekken, mag de toegang tot het vak niet verder beperkt worden. Meer verantwoordelijkheid vragen van zorgorganisaties zonder daar structurele investeringen tegenover te zetten, is niet houdbaar. Zorgorganisaties nemen die verantwoordelijkheid immers al jarenlang.
Maar om dat vol te houden, is ruimte en investering noodzakelijk. Tijdelijke subsidieregelingen en losse financieringsstromen bieden onvoldoende basis voor duurzaam opleidingsbeleid.
Vanzelfsprekend onderdeel
Opleiden is geen vrijblijvende extra taak, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zorgorganisaties, overheid en financiers. En essentiële voorwaarde voor toekomstbestendige zorg. Daarom moeten opleidings- en begeleidingskosten een vanzelfsprekend onderdeel zijn van de tariefopbouw binnen het reguliere zorginkoopproces.
Gezamenlijke verantwoordelijkheid vraagt om gezamenlijke investeringen. Alleen met structurele financiering kunnen zorgorganisaties voldoende stageplaatsen aanbieden, medewerkers begeleiden en blijven investeren in de professionals van morgen. Zonder structurele financiering blijven ambities bestaan op papier, terwijl de randvoorwaarden ontbreken om ze in de praktijk waar te maken.
Door Angelique Schuitemaker, voorzitter van de ActiZ-themacommissie Arbeid
Prima stelling vanuit Actiz. Bijscholing ( bij blijven ) is enerzijds een opgave voor verpleegkundigen en verzorgenden IC zelf ( lidmaatschap beroepsvereniging, abonnement vaktijdschrift, faciliteiten en kosten onderdeel arbeidsvoorwaarden ?), anderzijds dienen zorgorganisaties de ontwikkelingen in de verpleegkundige zorgverlening zelf te blijven volgen ( bijv. inmiddels 400 promoties bekend, bijv. Kenniscentrum VenVn ) om hun kwaliteit van verpleegkundige zorg bij de tijd te houden en de zorgprestaties op actueel peil te blijven bieden ( passende zorg??) . Nascholing betreft veelal een smalle opleiding, die de brede basisberoepsopleiding aanvult in een van de geprofileerde of context en functiegerichte verpleegkundige zorgvormen. Daarenboven kennen we specialistisch vervolgonderwijs in een van de twee erkende verpleegkundige specialismen: „verpleegkundige zorg voor de algemene gezondheid“ ( VSagz ) of „verpleegkundige zorg voor de geestelijke gezondheid“ ( VSggz ). Een goede mix van voornoemde mogelijkheden dient op het terrein van de huidige verpleegkundige zorgverlening aangeboden voldoende aangeboden te blijven worden. Dat is niet alleen een kwestie van deze zorgprofessionals zelf of van zorginstellingen, maar ook van O&W en VWS. Minister VWS duik niet weg voor die verantwoordelijkheid!
Prima stelling vanuit Actiz. Bijscholing ( bij blijven ) is enerzijds een opgave voor verpleegkundigen en verzorgenden IC zelf ( lidmaatschap beroepsvereniging, abonnement vaktijdschrift, faciliteiten en kosten onderdeel arbeidsvoorwaarden ?), anderzijds dienen zorgorganisaties de ontwikkelingen in de verpleegkundige zorgverlening zelf te blijven volgen ( bijv. inmiddels 400 promoties bekend, bijv. Kenniscentrum VenVn ) om hun kwaliteit van verpleegkundige zorg bij de tijd te houden en de zorgprestaties op actueel peil te blijven bieden ( passende zorg??) . Nascholing betreft veelal een smalle opleiding, die de brede basisberoepsopleiding aanvult in een van de geprofileerde of context en functiegerichte verpleegkundige zorgvormen. Daarenboven kennen we specialistisch vervolgonderwijs in een van de twee erkende verpleegkundige specialismen: „verpleegkundige zorg voor de algemene gezondheid“ ( VSagz ) of „verpleegkundige zorg voor de geestelijke gezondheid“ ( VSggz ). Een goede mix van voornoemde mogelijkheden dient op het terrein van de huidige verpleegkundige zorgverlening aangeboden voldoende aangeboden te blijven worden. Dat is niet alleen een kwestie van deze zorgprofessionals zelf of van zorginstellingen, maar ook van O&W en VWS. Minister VWS duik niet weg voor die verantwoordelijkheid!