BLOG

Transitie vereist gedragsverandering

Transitie vereist gedragsverandering

Iedereen die kinderen heeft, weet het: om ze zover te krijgen dat ze hun kamer uit zichzelf opruimen is een lange adem nodig. Nu is zorg natuurlijk van geen kanten te vergelijken met het opvoeden van kinderen. Wat wel te vergelijken is, is de benodigde lange adem.

Echte veranderingen, die ook tastbaar worden in gedrag van mensen, uiten zich pas na langere tijd. De grootste uitdaging van de Transitie Langdurige Zorg is dan ook om zorgverleners daadwerkelijk anders te laten werken.

 

Zorgprofessionals zijn boven alles mensen, en het gedrag van mensen laat zich maar moeilijk veranderen. Dat is vaak geen onwil, maar ingebakken in de menselijke natuur. Een paradigmashift, zoals staatssecretaris Van Rijn die wil bewerkstelligen in de langdurige zorg, heeft heel wat voeten in de aarde. De grootste beroepsgroep in de langdurige zorg zijn verpleegkundigen en verzorgenden en echte veranderingen zullen bij uitstek in hun handelen zichtbaar moeten worden. Om de transitie te laten slagen, is een aantal belangrijke voorwaarden voor verpleegkundigen en verzorgenden nodig om deze transitie te omarmen en te borgen in hun dagelijkse praktijk:

Betrekken

Het stimuleren van zelfredzaamheid, meer samenhang met informele zorg en een beweging van intramuraal naar extramuraal werken moeten een vaste plek krijgen in het handelen van verpleegkundigen en verzorgenden. Betrek verpleegkundigen en verzorgenden bij deze ingrijpende veranderingen. Een groot risico is dat de transitie van de langdurige zorg te zeer vanuit een financieel en systematisch kader wordt ingezet zich te zeer beperkt tot de hoofdrolspelers op dit vlak. Bij een zorgvuldige implementatie gaat kwaliteit bovendien voor snelheid van de transitie. Het gaat immers om grote groepen kwetsbare burgers en om een omvangrijke beroepsgroep die ook in de toekomst hard nodig is en goed meegenomen moet worden in de veranderingen. Een transitie zonder directe betrokkenheid van de beroepsgroep kan bij beiden tot grote onrust leiden. Ga van meet af aan met elkaar op de verschillende niveaus het gesprek hierover aan, met name over de vertaling naar de dagelijkse praktijk.

Deskundigheid

Niet alleen willen verpleegkundigen en verzorgenden meer weten over de gevolgen van de transitie langdurige zorg voor zichzelf en hun beroepsuitoefening, maar ook voor hun patiënten. Er zijn nog weinig feiten en cijfers over het huidige aantal zorgverleners, hun opleidingsniveau en deskundigheidsniveau en dat wat we nodig denken te hebben in een veranderde langdurige zorg. Belangrijke ingrediënten om alle betrokkenen mee te nemen in de veranderingen. En om te kunnen sturen op hoger opgeleide zorgprofessionals, met andere competenties en vaardigheden. Investeren in een structureel opleidingsfonds voor deze zorgprofessionals is cruciaal voor de beoogde gedragsverandering.

Verpleging in de wijk

Wijkverpleegkundigen spelen een prominente rol in deze transitie, maar in de randvoorwaarden hiervoor moeten nog veel stappen worden gezet. Zoals het uitwerken van de aanspraak en bekostiging van thuisverpleging, of beter gezegd 'verpleging in de wijk'. Het gaat immers ook om verzorgenden. Maak de wijkverpleegkundige in het nieuwe bestel vrij toegankelijk en sluit het curriculum van de initiële beroepsopleiding tot (wijk)verpleegkundige beter aan op de praktijk.

Garanties

In mijn pleidooi wil ik juist de financiële en systematische kaders niet benadrukken: de discussie concentreert zich al te vaak daarop. Toch mag in dit rijtje van randvoorwaarden de handhaving van de relatie tussen verpleging en verzorging niet ontbreken. Verpleegkundigen en verzorgenden maken zich in toenemnde mate ernstig zorgen over de gevolgen van de overheveling van AWBZ-zorg naar de zorgverzekeringswet en de Wmo. Om hen mee te krijgen in deze grote verandering is duidelijkheid en garantie van kwaliteit onmisbaar. Dat zou in een hierop gericht communicatietraject de nadruk moeten krijgen.

Voor een succesvolle transitie is de betrokkenheid van zorgprofessionals bij deze transitie op beleids- en instellingsniveau cruciaal. Praat dus niet over de rol van verpleegkundigen en verzorgenden, maar praat met hen over hun toekomst.

Henk Bakker
voorzitter V&VN

6 Reacties

om een reactie achter te laten

Wagensveld

4 september 2013

Beste Henk Bakker,
Goed punt dat U aanroert: verpleegkundigen zullen nu en in de toekomst meer competenties nodig hebben op het gebied van nog meer samenwerken met informele zorgverleners, vooral in extramurale setting.Dat vereist specifieke vaardigheden. Coaching en coordinatie. Dit is één van de consequenties van het overhevelen van AWBZ voorzieningen naar WMO. Opleidingen én ook de beeldvorming van student-verpleegkundigen zouden hierop nog meer moeten aanpassen. Daar ligt een uitdaging voor die opleidingen. Als professional samenwerken met de cliënt-amateur-expert en daarbij verbinding leggen met het formele zorgsysteem.
Robert Wagensveld, docent verpleegkunde.

zwanikken-leenders

4 september 2013

Een beetje geschiedenis mag er wel bij .
Waar zijn al die erg goede wijkverpleegkundige gebleven ?


Martin Jansen

4 september 2013

Hele mooie gedachte.
Volgens mij kun je het zelfs nog simpeler stellen. Mensen die zich willen laten opleiden tot verzorgenden hebben initieel al een een affectie met het verlenen van humane zorg. Misschien is het handig om deze intentie in te zetten om tot een goed zorgsysteem te komen.
Al te vaak kom ik gefrustreerde verzorgers tegen die in hun huidige werkomstandigheden hun eigen intentie niet meer terug kunnen vinden. En dit zijn vaak de mensen die overspannen thuis komen te zitten. Volgens mij een vernietiging van bedrijfskapitaal.

Van bodegom

4 september 2013

Mevrouw Zwanikken, die zijn gestopt in de jaren 90. Toen kwantiteit in de plaats kwam van kwaliteit. Urenregistratie werd belangrijk, verdeling van taken een must en de zorg aan een gezin werd door meer dan 10 professionals geleverd. Mooi om te zien dat er weer aandacht komt voor een klein team van professionals rondom een client, samenwerken met formele en informele zorg en bovenal de aandacht voor wat de client zelf wil en kan. Iets uit de goede oude tijd, maar wel in een nieuwe jas.
Hopelijk trekt dat ook weer nieuw gemotiveerd personeel in de thuiszorg.

Cora Postema

5 september 2013

Helemaal met Henk Bakker eens dat je bij een dergelijke transitie niet óver verpleegkundigen en verzorgenden moet praten maar mét hen. En.... vergeet dan vooral niet ook met mantelzorgers te praten. Zij zijn de grootste groep 'thuiszorgenden' en ervaren ook hoe naar het is als er (juist ook door verpleegkundigen en verzorgenden) óver je wordt gepraat in plaats van mét je.
Dus...Henk, laten we elkaar opzoeken en samen kijken hoe we als 'thuiszorgers' met elkaar de rollen en taken kunnen verdelen en invullen.
Hartelijke groet, Cora Postema

Fred Rovers

6 september 2013

Henk Bakker heeft een punt; de leiders van de verandering (doorgaans het management) moeten zich er sterk voor maken om zo snel als mogelijk antwoord te geven op ieders vraag die bij de verandering betrokken is: 'wat betekent het voor mij?'

Top