© PAOLO / stock.adobe.com
Het Wennink-rapport (2025) wees de life sciences sector aan als een van de kansrijkste sectoren voor het toekomstig verdienvermogen van Nederland. Die sector is breed: hij omvat biotech-bedrijven, onderzoeksinstellingen én de farmaceutische industrie. Instituut TNO (Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek, red.) richtte zich in haar analyse op de bedrijven die daadwerkelijk geneesmiddelen produceren.
Export wereldmarkt
De farmaceutische industrie is de snelst groeiende sector van Nederland, blijkt uit de analyse. Om te begrijpen hoe hard de sector groeit, kijkt TNO naar de toegevoegde waarde. Tussen 2019 en 2024 groeide de toegevoegde waarde van de farmaceutische industrie met 83,5 procent. Dit is meer dan dubbel zo snel als het Nederlands gemiddelde van 36 procent, en harder dan welke andere sector ook, aldus de onderzoekers.
De groei van de Nederlandse farmaceutische industrie komt bijna volledig uit de export. De farmaceutische industrie produceert in Nederland vrijwel uitsluitend voor de wereldmarkt: 93 procent van de productie wordt geëxporteerd. Nederland heeft vooral een sterke exportpositie op complexe farmaceutische producten, ziet TNO:
“Een product waarvoor zeer specifieke kennis en productiecapaciteit nodig is, is veel moeilijker te kopiëren en dat maakt de Nederlandse positie daarin is dus minder kwetsbaar. (..) Het beste voorbeeld is celtherapie: Nederland heeft een wereldmarktaandeel van 23 procent, is koploper binnen de EU, én het gaat om een van de meest complexe productcategorieën. Celtherapie is een relatief nieuwe categorie geneesmiddelen waarbij cellen van een patiënt buiten het lichaam worden bewerkt en teruggeplaatst, bijvoorbeeld om bepaalde vormen van bloedkanker te behandelen. Celtherapie valt bovendien onder één van de Nederlandse NTS-sleuteltechnologieën: biomoleculaire en celtechnologieën.”
Investeringen blijven achter
Nederland heeft een sterke positie op de wereldmarkt in een aantal farmaceutische producten. Volgens TNO is dat de motor achter de groei van de sector. De vraag is of de technologische basis daarachter ook meegroeit. Om dat te meten kijkt TNO naar Nederlandse patenten die relevant zijn voor de producten waarin Nederland een sterke exportpositie heeft.
“Tot 2022 groeide de technologiepositie mee met de sector. Daarna ontkoppelen de twee: de toegevoegde waarde blijft hard doorgroeien, maar de patentpositie vlakt af. Over de hele periode 2019–2025 groeide de toegevoegde waarde met 84 procent, terwijl de patentpositie met 62 procent groeide. De economische motor draait op volle toeren, maar er wordt steeds minder in die motor geïnvesteerd.”
De patentcijfers worden bevestigd door de sector-brede R&D-uitgaven, stelt TNO. De absolute R&D-uitgaven in de Nederlandse farmaceutische industrie zijn de afgelopen jaren stabiel gebleven, terwijl de toegevoegde waarde sterk groeide. Daardoor daalt de R&D-intensiteit, het deel van elke verdiende euro dat weer in onderzoek wordt geïnvesteerd, van 4,1 procent in 2019 naar 2,9 procent in 2023.
“Dat cijfer wordt pas echt verontrustend als je het naast de buurlanden legt”, aldus TNO. “In België gaat 22,6 procent van de toegevoegde waarde in de farmaceutische industrie terug naar R&D, in Duitsland 20 procent. Nederland zit daar ver onder. Bovendien is in België en Duitsland de koppeling tussen sectorgroei en R&D-groei veel sterker: als de sector groeit, groeit het onderzoeksbudget mee. In Nederland lijkt die koppeling verbroken.”
Innovatieparadox
Waar zit de rem?, vragen de onderzoekers van TNO. “De rem zit niet aan de wetenschapskant, maar bij het omzetten van die kennis in bedrijvigheid en private R&D. Dat is een breder verschijnsel wat in Nederland breder bekendstaat als de innovatieparadox, het gegeven dat we sterk zijn in wetenschappelijk onderzoek maar minder goed in het verzilveren daarvan in nieuwe bedrijvigheid en economische waarde.”
De Nederlandse farmaceutische industrie moet oppassen. “De huidige exportpositie is grotendeels gebouwd op investeringen uit het verleden, en waar die koppeling tussen groei en R&D vroeger sterker was, is die de afgelopen jaren verbroken. Maar een sterke exportpositie in complexe producten, zoals celtherapie of vaccins, blijft alleen bestaan als er ook blijvend geïnvesteerd wordt in de kennis en technologie erachter. Doen andere landen dat wel, en Nederland niet, dan verschuift de productie op termijn naar die landen.”
