© bilderstoeckchen / stock.adobe.com
Hermans reageert met haar brief op een vraag uit het commissiedebat Zorgverzekeringsstelsel. Hierin werd gevraagd of er bij het pakketbeheer “een expliciet moreel afwegingskader” nodig is. De minister lijkt te antwoorden dat dit afwegingskader er eigenlijk al is.
Kille QALY’s?
Bepalen ‘kille QALY’s’ het Nederlandse beleid ten aanzien van dure nieuwe medicijnen? Zorgverzekeraars en overheden gebruiken QALY’s (quality-adjusted life year) in kosten-effectiviteitsanalyses. Ze kijken hierbij naar de kosten per gewonnen levensjaar in goede gezondheid om te bepalen of de prijs van een behandeling of medicijn in verhouding staat tot de gezondheidswinst. Zo kunnen behandelingen objectief met elkaar worden vergeleken.
Volgens Hermans is het hanteren van kosteneffectiviteit en het rekenen met maximaal 80.000 euro per gewonnen levensjaar bij zeer ernstige ziektes, juist een methode om de beperkte middelen rechtvaardig te verdelen onder alle patiënten. Het kabinet erkent dat het soms moeilijk is wanneer patiënten de toegang tot een effectief middel wordt ontzegd. “Ervaringen van deze patiënten laten natuurlijk niemand koud”, schrijft Hermans. Zij wijst er echter op dat het maken van uitzonderingen voor identificeerbare patiënten de solidariteit kan uithollen.
Kosteneffectiviteit
Het financiële beleid draait volgens de minister om het voorkomen van verdringing in de medische sector. “Door de kosteneffectiviteit van dure geneesmiddelen mee te wegen wordt voorkomen dat zorg die op het geheel bezien meer gezondheidswinst oplevert verdrongen zal worden door zorg die dat minder doet.”
“Het kabinet vindt het niet uit te leggen aan alle huidige en toekomstige patiënten, die ook premiebetalers zijn, als het besluit een duur middel met een beperkte of zeer onzekere kosteneffectiviteit zonder meer te vergoeden, of uitzonderingen te maken die de juridische houdbaarheid van het hele stelsel op de tocht zetten.”
Wanneer een medicijn daadwerkelijk bewezen effectief is, stelt de overheid ruime budgetten beschikbaar, merkt zij op. “En als die behandeling veel gezondheidswinst oplevert, dus veel QALY’s, dan is het kabinet bereid honderdduizenden euro’s, soms zelfs meer dan een miljoen, per patiënt uit te geven”, aldus de minister.
Verantwoordelijkheid farmaceuten
Tot slot wijst de minister op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van farmaceutische bedrijven bij het vaststellen van hun tarieven. “Als zij in alle gevallen verantwoorde prijzen zouden vragen, dus prijzen die in verhouding staan tot de gezondheidswinst, zou het een stuk makkelijker zijn om de juiste balans te vinden tussen de door het CEG (Centrum voor Ethiek en Gezondheid, red) onderscheiden morele benaderingen”, aldus de minister.


Solidariteit? Nee, de rekening van politieke missers wordt nu bij patiënten gelegd.
Minister Hermans stelt dat uitzonderingen voor dure medicijnen de solidariteit ondermijnen. Maar zij draait de werkelijkheid om.
De grootste aantasting van de solidariteit vond niet plaats aan het ziekbed van een patiënt, maar in Den Haag, toen de VVD de zorg grotendeels overdroeg aan een stelsel waarin zorgverzekeraars, marktwerking en financiële prikkels de boventoon gingen voeren. Sindsdien zijn de zorguitgaven explosief gestegen, is een omvangrijke bureaucratie ontstaan en verdwijnt jaarlijks miljarden euro’s in administratie, concurrentie, marketing, controle en winstuitkeringen aan toeleveranciers. Dat geld bereikt de patiënt niet.
En nu wordt dezelfde patiënt verteld dat een levensreddend medicijn “te duur” is.
Dat is geen solidariteit. Dat is het doorschuiven van de gevolgen van politieke keuzes naar mensen die geen alternatief meer hebben. Solidariteit betekent dat een samenleving juist opkomt voor degenen die het zwaarst getroffen zijn, niet dat zij worden afgeschreven omdat een spreadsheet een ongunstige QALY-score laat zien.
Natuurlijk moeten geneesmiddelen doelmatig worden ingezet en moeten farmaceutische bedrijven redelijke prijzen vragen. Maar voordat een minister patiënten de maat neemt over solidariteit, zou zij eerst moeten uitleggen waarom een zorgstelsel dat tientallen miljarden euro’s per jaar kost nog steeds zoveel geld verspilt aan bureaucratie, versnippering en marktmechanismen.
De echte vraag is daarom niet of een patiënt een duur medicijn mag krijgen.
De echte vraag is hoe het mogelijk is dat Nederland een van de duurste zorgstelsels ter wereld heeft, terwijl juist de patiënt steeds vaker te horen krijgt dat er voor hem of haar geen geld meer is.
Dat is geen ethisch dilemma. Dat is het gevolg van politieke keuzes.