De uitspraak van vandaag volgt op een eerder oordeel van het CBb dat de maximumtarieven voor 2022 en 2023 niet kostendekkend waren. De NZa heeft vervolgens voor die jaren en voor 2024 nieuwe, hogere maximumtarieven vastgesteld. De datum van inwerkingtreding van deze nieuwe tariefbeschikkingen was 5 december 2024. In een nieuwe tariefbeschikking heeft de NZa een passage opgenomen dat de tariefbeschikking geen rechtsgevolgen heeft voor declaraties die voor de datum van inwerkingtreding van de tariefbeschikking al zijn betaald en op overeenkomsten gesloten voor de datum van inwerkingtreding van deze tariefbeschikking tussen ziektekostenverzekeraars en zorgaanbieders. Stichting De Forensische Zorgspecialisten, De Nederlandse ggz, De Nederlandse Verenging voor Psychiatrie, Stichting ARQ Centrum ’45 en Meer ggz waren niet eens met die beperking, omdat die in de weg staat van het verkrijgen van nabetalingen bij de zorgverzekeraars volgens de nieuwe maximumtarieven. Met deze uitspraak stelt het CBb hen in het gelijk.
Oordeel
Het CBb wijst erop dat de beperking in tegenspraak is met de opdracht die het CBb in de vorige uitspraak gaf om de tarieven te herstellen. De nieuwe maximumtarieven komen namelijk juist in de plaats van de eerdere, te lage tarieven en wel vanaf 1 januari van het jaar waarop ze betrekking hebben. Daaruit volgt dat de nieuwe tarieven terugwerkende kracht hebben. Het CBb oordeelt daarom dat de beperking onrechtmatig is en verwijdert die uit de tariefbeschikkingen.
Schadevergoedingen
Enkele zorgaanbieders hebben bij het CBb een verzoek om schadevergoeding ingediend. Zij stellen schade te hebben door de eerdere, lagere maximumtarieven die de NZa had vastgesteld. Die tarieven hebben volgens de zorgaanbieders geleid tot lagere tarieven in hun contracten met zorgverzekeraars. Over die schadeverzoeken doet het CBb vandaag geen uitspraak. Het CBb stelt de zorgaanbieders eerst in de gelegenheid hun schadeverzoeken nader te onderbouwen.
