.
De partijen tekenen dinsdag 14 juli in het bijzijn van minister Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de werkagenda met daarin 11 nieuwe afspraken die medicijntekorten moeten voorkomen, of, als ze er zijn, ervoor zorgen dat er een alternatief beschikbaar komt. De afspraken zijn gemaakt in het kader van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA).
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en het Centraal Bureau Geneesmiddelen (CBG) krijgen jaarlijks duizenden meldingen van tekorten of dreigende tekorten.
Grotere bevoegdheid apotheker
Een van de maatregelen is dat er duidelijke juridische afspraken komen over farmacotherapeutische substitutie door de apotheker. Apothekers mogen straks op basis van vastgelegde richtlijnen beperkt alternatieven voorschrijven als een door een arts voorgeschreven geneesmiddel niet beschikbaar is. Ook hebben de partijen afgesproken dat bij een tekort aan een preferent middel sneller knopen worden doorgehakt over de aanpassing van de vergoeding van alternatieve geneesmiddelen.
Als medicijnen dreigen te worden doorgehaald in het register, of met andere woorden: als de toelating van een medicijn tot de markt wordt ingetrokken, wordt eerst uitvoerig met betrokken medici overlegd of er voldoende alternatieve therapieën wel voorhanden zijn.
Beperken van handel in medcijnen
Daarnaast worden er afspraken gemaakt om handel en vooral export van schaarse medicijnen te beperken. Aan de andere kant wordt er gekeken hoe er in het geval van grote tekorten wel kan worden geïmporteerd. Alle betrokken partijen, waaronder zorgverleners, verzekeraars, farmaceuten en apothekers, gaan meer data en informatie delen om beter inzicht te krijgen in tekorten en vooral ook in de gevolgen van die tekorten.
Volgens de Federatie van Medisch Specialisten worden veel artsen dagelijks geconfronteerd met de gevolgen van tekorten. Specialisten zeggen vaak veel tijd kwijt te zijn met het zoeken naar alternatieven en het informeren van patiënten bij tekorten.