© marchmeena29 / Getty Images / iStock
Vorig jaar, toen de handhaving op schijnzelfstandigheid werd ingezet, zijn volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ongeveer 62.000 zzp’ers gestopt. Aartsen schrijft dit te snappen omdat partijen zich aanpassen aan de wet- en regelgeving en het kabinet juicht het ook toe als organisaties nadenken over het voorkomen van schijnzelfstandigheid.
Terugval
“Er zijn echter ook signalen vanuit o.a. zelfstandigenorganisaties dat zelfstandigen een terugval in het aantal opdrachten ervaren, omdat soms bij voorbaat al deuren worden gesloten zonder eerst het gesprek aan te gaan”, aldus de minister in een Kamerbrief.
Het ministerie is van plan een publiekscampagne op te zetten om duidelijk te maken wanneer iemand wel of niet zelfstandig is. Dit moet ook voorkomen dat organisaties rücksichtslos zelfstandigen uitsluiten.
Pro-zelfstandigenkoers
Aartsen voert al langer een meer pro-zelfstandigenkoers. Als Kamerlid was hij mede-initiatiefnemer van de Zelfstandigenwet. Precieze details over de uitwerking van deze wet zijn nog niet duidelijk en het is ook nog niet duidelijk of deze wet meer mogelijkheden voor zelfstandigen geeft.
In de huidige wetgeving is het zo dat wordt omschreven wanneer iemand een werknemer is, maar niet wie een zelfstandige is. Met de Zelfstandigenwet zou ook duidelijk moeten worden wie dan daadwerkelijk een zelfstandige is. In de Zelfstandigenwet wordt gewerkt met drie toetsen: een zelfstandigentoets (werkt iemand voor eigen rekening en risico?), een werkrelatietoets (is er vrijheid in werktijd en uitvoering?) en een sectorale toets voor bijvoorbeeld branches waarin schijnzelfstandigheid vaak voorkomt.
Hoop
Aartsen moet het wetsvoorstel nog verder uitwerken. Maar vooral zzp-organisaties zijn positief over de ingezette koers en denken dat ondernemerschap meer centraal zal komen te staan.
In ieder geval zal het nog even duren voordat het voorstel wordt omgezet in wetgeving. De minister komt tegen de zomer met een preciezer tijdsplan. Maar in het Financieele Dagblad spreekt hij de hoop uit dat het voorstel dit jaar nog naar de Raad van State kan. “Dat is wel ambitieus, en het hangt er natuurlijk van af wat erop terugkomt. Maar ergens halverwege mijn periode wil ik wel deze stap gezet hebben”, aldus de minister tegen het zakenblad.

