Foto: Sjoerd van der Wal/ Getty Images/iStock
In de brief reageert Bruijn op een brief die UMCNL, de Federatie Medisch Specialisten en Zorgverzekeraars Nederland hem stuurden op 10 september 2025. In de brief maakten de drie brancheorganisaties bezwaar maakten die plannen.
De drie organisaties noemden een aantal bezwaren tegen dat tussenmodel: het zou op weinig draagvlak kunnen rekenen in het veld, financieel geen verschil maken voor ziekenhuizen omdat de uitwerking ervan budgetneutraal moet zijn. Gelden toegekend uit een vast budget moeten daarom ‘geschoond’ worden uit de dbc-omzet van het betreffende ziekenhuis, wat tot flinke administratieve lasten zal leiden. Men voorziet daarnaast het gevaar van een dubbel eigen risico voor verzekerden, wat indien dat moet worden opgelost weer tot hoge administratieve lasten voor alle ziekenhuizen zal leiden. “Inhoudelijk zien wij het tussenmodel dan ook als onwenselijk”, schrijven de drie.
Pragmatische variant
In hun brief reppen UMCNL, de FMS en ZN van een meer pragmatische variant van budgetbekostiging, uitgewerkt door Zorgverzekeraars Nederland als alternatief. “Dit alternatief combineert financiële zekerheid voor kleinere ziekenhuizen met het voorkomen van administratieve lasten voor grotere instellingen. Ook dit model betreft een vorm van budgetbekostiging, want alle ziekenhuizen ontvangen een gegarandeerd budget, waarbij de NZa de hoogte bepaalt en zorgverzekeraars dit non-concurrentieel uitkeren, vergelijkbaar met de werkwijze in de ambulancezorg.”
Met zijn laatste Kamerbrief met betrekking schuift de minister deze alternatieve aanpak terzijde. Hij verwijst naar de Landelijke Spoedzorgtafel (LST), waar veldpartijen in het kader van de geformuleerde beleidsvoornemens in IZA en AZWA werken aan differentiatie in kwaliteitseisen voor verschillend aanbod van acute zorg in ziekenhuizen. Met deze afspraken beogen partijen dat het aanbod beter aansluit bij de zorgvraag in de regio. En dat dit aanbod voldoet aan de kwaliteitseisen.
Deadline
Deze LST werkt, zoals geformuleerd in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA), aan de ontwikkeling van een set van gedifferentieerde kwaliteitseisen. Men zou uiterlijk vóór het einde van 2025 tot afspraken zouden komen, maar die deadline is niet gehaald. Wel verwachten zij eind februari 2026 het gevraagde voorstel te kunnen aanbieden. De uitkomsten van deze uitwerking worden meegenomen in de doorontwikkeling van budgetbekostiging voor de SEH.”
In een eerdere analyse van het proces richting budgetbekostiging voor SEH, constateerde Zorgvisie dat de voorgenomen eerste stap richting budgetbekostiging ziekenhuizen een vast budget van 4 tot 5 miljoen euro zal opleveren, door bestuurder Hans Schoo van ziekenhuis Rijnstate afgedaan als “een leuk bedrag voor de afronding”. Rijnstate heeft voor de acute keten een totaalbudget van 150 miljoen euro.
Nieuwe coalitie
Naast Schoo laat Zorgvisie adviseur Erik van der Hijden van het Talma instituut aan het woord. Hij beaamt de bezwaren van de drie brancheorganisaties. Eerst de bekostiging aanpassen en pas daarna een debat voeren over de inhoud is ook in diens ogen niet de weg naar zorgvuldige invoering van budgetbekostiging.
Vooralsnog legt minister Bruijn in zijn laatste brief al deze bezwaren terzijde en houdt hij vast aan het ingezette pad: een tussenvorm van budgetbekostiging per 2027, met een daaropvolgend groeipad richting de gewenste situatie.
Of het ook werkelijk zo zal gaan, zal afhangen van de mate waarin de nieuwe coalitie straks dit beleid zal willen overnemen. Hoe dan ook zal het voorstel voor gedifferentieerde kwaliteitseisen dat eind februari wordt verwacht van de Landelijke Spoedzorgtafel daarbij een belangrijke rol spelen.
Acute zorg slimmer organiseren
De druk op de acute zorg is ongekend hoog. Inmiddels is duidelijk: de oplossingen liggen niet op de SEH’s alleen. De kansen liggen in structurele samenwerking binnen het gehele netwerk. Maar hoe organiseren we dat effectief?
Tijdens het 11e Zorgvisie Acute zorgcongres worden mogelijke oplossingsrichtingen besproken. Ook krijgt u inzicht in succesvolle praktijkvoorbeelden, beleidsontwikkelingen en vernieuwende samenwerkingsmodellen.


