Patiënten hebben vaak te maken met ketenzorg, netwerkzorg of multidisciplinaire trajecten, maar hun gegevens worden vastgelegd bij verschillende zorgverleners. Dat maakt het voor de zorgverleners moeilijk een volledig en actueel beeld te krijgen. De norm NEN 7519 biedt volgens NEN een sectorbrede en generieke basis om gegevens vindbaar te maken. Dat moet de samenhang in informatievoorziening verbeteren.
Lokalisatie als randvoorwaarde
Lokalisatie is een randvoorwaarde voor databeschikbaarheid, hergebruik van gegevens en samenwerking tussen zorgverleners. Zonder eenduidige afspraken over lokalisatie blijven gegevens versnipperd, ook als systemen technisch met elkaar kunnen communiceren. De norm beschrijft hoe zorgverleners met behulp van een lokalisatiefunctie kunnen bepalen bij welke bronhouder bepaalde gezondheidsgegevens zijn vastgelegd. Dat is bijvoorbeeld van belang bij het opbouwen van een actueel medicatieoverzicht, wanneer medicatiegegevens verspreid zijn over meerdere zorgaanbieders.
Generieke informatiestructuur
NEN 7519 onderscheidt meerdere manieren om gegevens te lokaliseren. Dat kan via extern beheerde registers waarin brondossierhouders aangeven welke gegevens zij beheren of door lokalisatiegegevens gericht met een mede-behandelaar te delen. De norm introduceert hiervoor een generieke informatiestructuur met verplichte en optionele gegevensvelden.
Breed gebruik van deze structuur moet in combinatie met (inter)nationale codestelsels zorgen voor meer uniformiteit en betere interoperabiliteit tussen informatiesystemen. Daarmee richt de norm zich niet alleen op techniek, maar ook op afspraken die nodig zijn om gegevens daadwerkelijk vindbaar en bruikbaar te maken.
