De eerste inzichten laten zien dat iets meer dan de helft van de mensen binnen de Treeknorm van 14 weken na verwijzing kan starten met behandeling. Ongeveer tachtig procent kan binnen een half jaar na verwijzing starten.
Voorheen was wachttijdinformatie afhankelijk van handmatige aanlevering door een deel van de aanbieders. Dat had verschillen in definities en frequentie en extra administratieve druk tot gevolg. In het nieuwe dashboard worden wachttijden afgeleid uit declaratiedata van alle ggz-aanbieders die daadwerkelijk zorg hebben geleverd. Inclusief kleinere aanbieders en vrijgevestigden. Aan deze aanpak is gewerkt door Vektis, de NZa, MIND, de Nederlandse ggz, MEERGGZ, LVVP, VWS en Zorgverzekeraars Nederland. “Met de nieuwe inzichten op basis van declaratiedata kunnen zorgverzekeraars hun verzekerden beter helpen om passende zorg te krijgen”, zegt Petra Wormser, algemeen directeur Zorgverzekeraars Nederland.
Wachttijden blijven te lang
De cijfers maken duidelijk dat wachttijden voor veel mensen nog te lang zijn. Directeur Dienke Bos van MIND: “Het is ernstig dat ongeveer de helft van de mensen die hulp nodig heeft langer dan de Treeknorm moet wachten. Zo’n vijf procent van de mensen wacht zelfs meer dan een jaar. Vooral bij mensen met ADHD, persoonlijkheidsproblemen en eetproblemen is de kans klein dat zij binnen de afgesproken 14 weken worden geholpen. Dat zien we ook bij de zogenoemde restgroep, waar bijvoorbeeld transgenderzorg of zorg voor mensen met dissociatieve aandoeningen onder valt. Dat vraagt om gerichte actie. Door deze verbeterde inzichten kunnen we duidelijker zien waar het nog stokt. En dan kunnen deze mensen eerder worden geholpen, bijvoorbeeld via zorgbemiddeling door de zorgverzekeraar.”
