Foto: kieferpix /Getty Images/iStock
Volgens de NZa is budgetbekostiging voor de acute verloskunde geen goed idee omdat het geen bijdrage levert aan het oplossen van problemen, zoals het personeelstekort. Er wordt volgens de NZa snel gedacht dat verloskunde-afdelingen in ziekenhuizen sluiten vanwege de financiën, maar dat gebeurt volgens de NZa vanwege personeelstekorten. Het middel budgetbekostiging ziet de NZa als een forse ingreep en de NZa vindt het niet in verhouding staan tot wat het volgens de NZa zal bijdragen.
“Vol-meldingen zijn er nu ook al”, zegt directeur regulering Johan Rijneveld van de NZa. “Als ziekenhuizen een vast budget krijgen, zonder dat er duidelijke afspraken over kwaliteit en uitkomsten van de zorg worden gemaakt, is er vanuit de bekostiging geen enkele prikkel meer om meer te doen en meer bedden te realiseren en kunnen ziekenhuizen nog sneller een vol-melding afgeven.”
Gedragseffecten
Rijneveld wil niets afdoen aan intrinsiek gemotiveerde professionals, maar zo stelt hij: “We kunnen niet ontkennen dat bekostiging sterk prikkelt. Daar hebben we heel veel voorbeelden van in verschillende sectoren. Aanpassingen in de bekostiging heeft gedragseffecten. Het kan averechts werken.”
Bovendien denkt Rijneveld dat budgetbekostiging de administratieve lasten voor zorgaanbieders en verzekeraars verhoogt. Dat is een nadeel ten opzichte van nu, geeft Rijneveld toe, en niet meteen een maatschappelijk probleem.
Verder reizen
Voormalig VWS-minister Fleur Agema (PVV) heeft in november 2024 de NZa gevraagd de mogelijkheden te onderzoeken om budgetbekostiging in te voeren voor de acute verloskunde. Het aantal verloskundeafdelingen in Nederlandse ziekenhuizen neemt steeds verder af. Daardoor moeten zwangere vrouwen als ze bevallen in het ziekenhuis verder reizen.
Heel klein onderdeel
Een tweede reden waarom de NZa denkt dat budgetbekostiging niet helpt bij het bieden van meer financiële zekerheid is dat de acute verloskunde niet goed is af te bakenen. Het is geen op zichzelf staande zorgvorm, zoals de spoedeisende hulp dat wel is. Acute verloskunde is altijd verbonden met de niet acute verloskunde. Rijneveld: “Acute verloskunde is maar een klein onderdeel van de verloskunde-afdeling en met budgetfinanciering van alleen dat kleine deel, zou ook maar een heel kleine bijdrage aan het probleem worden toegevoegd.”
Scheve machtsverdeling
Het kabinet Schoof heeft doelstellingen geformuleerd waar de NZa in het advies de invoering van budgetbekostiging strikt aan heeft getoetst. Een van die doelstellingen was meer financiële zekerheid bieden aan ziekenhuizen en de samenwerking versterken, maar dat wordt volgens de NZa helemaal niet bereikt met budgetfinanciering.
De ketenpartners zijn anders in de geboortezorg dan bij de spoedeisende hulp. Verloskundigen worden, in tegenstelling tot ambulances, via prestatiebekostiging gefinancierd. “Het introduceren van budgetbekostiging voor één ketenpartner – die momenteel al de meeste kosten maakt in de keten en daarmee ook vaak de meeste zeggenschap heeft– kan leiden tot een scheve machtsverdeling”, aldus de NZa in het advies.
Zo snel mogelijk
Ondanks dat de NZa adviseert budgetbekostiging niet in te voeren voor de acute verloskunde, hebben ze drie opties beschreven hoe het wel zou kunnen. Opvallend is dat de optie die het langst duurt, de optie ‘een afbakening op basis van middelen die nodig zijn om 24/7 acute verloskunde aan te kunnen bieden, gedifferentieerd per ziekenhuis’ wel meer financiële zekerheid zou geven aan ziekenhuizen, geeft Rijneveld aan.
Het kabinet heeft echter aan de NZa gevraagd om de opties te onderzoeken voor het zo snel mogelijk invoeren van budgetbekostiging en dus valt deze optie volgens de NZa af. In plaats daarvan zouden ze kiezen voor ‘een financiële afbakening op basis van minimale middelen die nodig zijn om 24/7 acute verloskunde aan te kunnen bieden. Juist bij deze optie is het effect van budgetbekostiging zo minimaal dat het weer geen oplossing biedt aan de doelstelling van het bieden van financiële zekerheid.
Samenwerking
Met budgetbekostiging wordt ook de samenwerking in de keten niet verder gestimuleerd, zegt de NZa. De verloskunde heeft een bekostiging met productieprikkels en als de acute verloskunde in het ziekenhuis wel een vast bedrag krijgt, ‘helpt dat niet’, zegt Rijneveld: “Voor de ene partij wordt het aantrekkelijker om een patiënt langer in zorg te houden dan voor de andere partij, voor wie het niet uitmaakt hoe lang een patiënt in zorg is. In de praktijk zien we dat ziekenhuizen patiënten te snel daar willen houden en niet terugsturen naar de verloskundige. Een twistpunt nu is bijvoorbeeld de ecg’s in de eerste lijn. Ze maken het elkaar lastig.”
Er zijn in Nederland zeven Nederlandse regio’s waar ziekenhuizen en verloskundigen goed samenwerken in de Integrale Geboortezorg Organisatie (IGO’s). De NZa adviseert voor de IGO’s geen wijzigingen door te voeren in de bekostiging. Rijnveld: “We zeggen: blijf daar van af, want dat is al heel mooi. Als je de ene partij een vast budget zou geven en de anderen niet, draagt dat niet bij aan een betere samenwerking. Het zou zelfs ten koste kunnen gaan van de samenwerking omdat het ziekenhuis nu al de machtigste partij is. Als ze dan ook nog een gegarandeerd bedrag zouden krijgen, zou die verhouding nog schever worden.”
Verkeerde volgorde
De NZa benadrukt dat ze niet vinden dat het huidige bekostigingssysteem gebaseerd op prestaties nooit aangepast moet worden. De NZa vindt alleen dat de veldpartijen eerst samen moeten vaststellen wat de minimale kwaliteitseisen voor de acute geboortezorg zijn en hoe deze moet worden georganiseerd binnen de keten. Zo kan er ook rekening gehouden worden met de inzet van het schaarse personeel. Rijneveld: “Bekostiging moet volgend zijn op de inhoud. Niet andersom.”
Dit NZa-advies volgt een eerste deel op, dat ging over de budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp. Voor de spoedeisende hulp wordt budgetbekostiging, op basis van het NZa-advies, ingevoerd vanaf 2027. Ook in dat advies was de NZa kritisch over de koppeling tussen budgetbekostiging en personeelstekorten.


Interessant standpunt; “de productieprikkel” blijkt opeens toch niet verkeerd te zijn.