Voor het jaar 2026 is een totaalbedrag van 41,1 miljard euro gereserveerd voor de Wet langdurige zorg (Wlz). De NZa hanteert twee verschillende rekenmethoden om de benodigde middelen te voorspellen.
Afhankelijk van de gebruikte methode valt het budget naar verwachting tussen de 133 miljoen euro en 301 miljoen euro hoger uit dan de geraamde zorgbehoefte. Daarnaast is er voor dat jaar nog 390 miljoen euro aan aanvullende herverdelingsmiddelen beschikbaar.
Onzekerheid over zorgvraag
Ondanks de positieve prognose houdt de NZa een slag om de arm. Omdat de voorspelling in een vroeg stadium wordt gedaan, blijft de feitelijke ontwikkeling van de zorgvraag in 2026 onzeker.
Hoewel het aantal indicaties in de sector verpleging en verzorging (V&V) in 2025 steeg, was er sprake van een minder sterke groei dan in voorgaande jaren. Het RIVM voert momenteel onderzoek uit naar deze trends. In het vastgestelde kader voor 2026 is al rekening gehouden met nieuwe beleidsregels die voortvloeien uit kostprijsonderzoeken in de gehandicaptenzorg, de langdurige geestelijke gezondheidszorg en de normatieve huisvestingscomponent (nhc).
Nieuwe indeling
Vanaf 2026 verandert de structuur van het zorgbudget door de invoering van de Wet Domeinoverstijgende Samenwerking (WDS). Deze wet is bedoeld om de samenwerking tussen verschillende zorgdomeinen te verbeteren en stelt zorgkantoren in staat om meer te investeren in preventie. Het doel hiervan is om mensen langer thuis te laten wonen en de instroom in zwaardere, duurdere zorgvormen te beperken of te vertragen.
Als gevolg van de nieuwe wetgeving wordt het budget voortaan verdeeld over drie deelkaders in plaats van twee: Voor het nieuwe specifieke deelkader is 96 miljoen euro vrijgemaakt.

NZa verwacht dat men met de huidige budgetten uitkomt ( achteraf verwachting )! Is dat omdat men gewend is dat zorgorganisaties die zelf weinig „buffers“ hebben en dus bij voorbaat „de tering naar de nering gaan zetten“? Ik denk dat het tijd wordt voor directe zorgverleners om enerzijds te wijzen op de lange wachttijden en anderzijds op het hoog verzuim en te lage instroom van nieuwe collega‘s en daarom de „economische NZa-bril“ te vergeten en zelf actie te ondernemen om de huidige werklast meer dragelijk te maken en de „ongeneeslijke doofheid“ van politici en hun adviseurs te beschouwen als „moet je mee leren leven“.