“Ik denk dat er in de media en ook in de politiek meer aandacht was voor de acute zorg”, aldus Van Koesveld. “Dat was ook wel begrijpelijk, omdat wij allemaal het beeld van Bergamo voor ons hadden.” Uit die stad in Noord-Italië kwamen de eerste beelden van Europese bodem van overvolle ziekenhuizen als gevolg van de uitbraak van het coronavirus. Hij noemde die “heel indringend”.
Ondergesneeuwd
Van Koesveld bestreed evenwel dat de langdurige zorg op het ministerie van Volksgezondheid volledig “ondersneeuwd” raakte door de grote zorgen om de ziekenhuiszorg. “Wij waren hier, dag in dag uit, volledig mee bezig”, zei hij. “Natuurlijk moest dat in een heel hoog tempo, en dat deden we ook.”
Verbreed
De blik op de aanpak van de crisis werd al snel verbreed, stelde Van Koesveld vast. Daarbij speelde hij ook zelf een rol, door in een e-mail te vragen om uitbreiding van het Outbreak Management Team (OMT) dat het kabinet daarbij adviseerde. Op zijn aandringen kwamen ook deskundigen aan tafel op het gebied van verpleegkunde en zorg voor ouderen en mensen met een verstandelijke beperking.
Breed genoeg
Na die aanpassing vond Van Koesveld het blikveld van het OMT “breed genoeg”, in ieder geval vanuit medisch perspectief. “Ik denk dat we daarmee een behoorlijke spreiding hadden in de deskundigheid en de ervaring binnen het OMT.”
Flankerend beleid
Ook voor de gevolgen voor de maatschappij en het bredere welzijn kwam gaandeweg meer aandacht, zei Van Koesveld. Dat leidde ertoe dat er “flankerend beleid” kwam om die gevolgen te dempen, bijvoorbeeld in de vorm van economische steunpakketten en gerichte hulp voor mensen die dat nodig hadden.
Niet genomen
Het kwam ook voor dat maatregelen vanwege de nadelige gevolgen voor bepaalde groepen niet werden genomen. Van Koesveld noemt als voorbeeld dat het kabinet afzag van een hernieuwde sluiting van de scholen, omdat dit nog meer schade zou aanrichten bij jongeren. (ANP)