Uit het rapport blijkt dat 66 procent van de huisartsenpraktijken antidiscriminatiebeleid (zeer) belangrijk vindt. Slechts 5 procent heeft daadwerkelijk een beleid heeft opgesteld en vastgelegd.
Protocolmoeheid
Veel huisartsen zien gelijke behandeling als vanzelfsprekend en onderdeel van hun dagelijkse praktijk, waardoor discriminatie vaak niet expliciet wordt besproken. Slechts 31 procent van de praktijken bespreekt regelmatig signalen of ervaringen van discriminatie in een teamoverleg. Ook werkdruk en ‘protocolmoeheid’ spelen een rol.
Het College heeft daarnaast van december 2025 tot maart 2026 een tijdelijk meldpunt geopend voor patiënten en zorgverleners om discriminatie-ervaringen te delen. Hier kwamen 346 meldingen binnen. “Patiënten ervaren onder meer mentale en fysieke gezondheidsproblemen en verliezen soms het vertrouwen in de zorg”, noemt het college als consequenties.
Bewustwording
Het college benadrukt dat structureel beleid en bewustwording essentieel zijn om discriminatie in de zorg te voorkomen en te signaleren. Daarvoor doet het aanbevelingen op praktijk- en beroepsniveau. Ook spoort het college de overheid op om tolkenvoorzieningen te financieren en de toegankelijkheid voor specifieke groepen te verbeteren.
LHV-voorzitter Marjolein Tasche begrijpt waarom weinig praktijken expliciet beleid hebben op het gebied van discriminatie. “Huisartsenpraktijken zijn vaak klein en willen niet alles vastleggen in protocollen en richtlijnen. Stelling nemen tegen discriminatie krijgt daarom eerder plaats in het algemene beleid van de praktijk of in de huisregels.”
Blinde vlekken
Tegelijkertijd erkent de LHV het belang van bewustwording. De huisartsenvereniging gaat daarom met de aanbevelingen aan de slag. “Aandacht voor diversiteit en inclusie kan helpen om blinde vlekken zichtbaar te maken. En komt de kwaliteit van zorg ten goede. Het helpt de huisarts om signalen te verstaan die belangrijk zijn voor diagnostiek en behandeling.”
De LHV pleit daarbij voor structurele vergoeding voor de inzet van tolken.

Opvallend dat dit stuk opent met een advertentie voor het Congres Cultuursensitieve Zorg en vervolgens redactioneel betoogt dat huisartsen achterlopen op precies dat thema. Het ecosysteem voedt zichzelf blijkbaar .
De cijfers zelf zijn interessanter dan het frame toelaat. 66 procent vindt antidiscriminatiebeleid belangrijk, 5 procent heeft het vastgelegd. Dat kun je lezen als deficit.
Je kunt het ook lezen zoals Tasche het terecht leest: gelijke behandeling zit in de praktijkcultuur en in de huisregels, niet in een apart protocoldocument. In de volgende alinea wordt dat antwoord vervolgens behandeld als blinde vlek die met bewustwording moet worden weggewerkt.
Wat je gaat meten, ga je krijgen
De 346 meldingen bij het tijdelijk meldpunt zijn een getal zonder noemer. Welke basisrate, welke verificatie, welk aandeel huisartsenzorg, welk aandeel administratieve frictie versus discriminatie? Zonder die tussenstap is de sprong naar ‘patiënten verliezen het vertrouwen in de zorg’ anekdote als systeemdiagnose.
Het inhoudelijk sterkste punt — structurele financiering van tolken — staat onderaan.
En dáár zit concrete kwaliteitswinst, en precies dáár loopt het vast, want het kost geld in plaats van het te verdienen op een congres.
Tip: besteed een congres en artikels aan het thema: ‚onbesneden smurfen voelen zich onbegrepen door huisartsen‘.
Succes verzekerd.